Nieuwsuur

Oud-aanklager Neurenberg: ik ben vastbesloten door te gaan

Nieuwsuur

"Of ik onbreekbaar ben? Daar heb ik nooit bij stilgestaan. Maar ik ben vastbesloten om door te gaan. Als je dat onbreekbaar noemt, dan ben ik dat." Benjamin Ferencz was 27 toen hij hoofdaanklager werd van het grootste moordproces aller tijden tegen Duitse oorlogsmisdadigers. Sindsdien voert Ferencz - nu 97 - strijd voor het internationaal recht.

Deze week was hij voor een kort bezoek aan het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag. In de stad van Vrede en Recht is naast het Vredespaleis een straat naar hem vernoemd. Er zijn weinig mensen met een groter geloof in het internationaal recht. "Law, not war", is de uitspraak waar hij bekend om werd.

In 2009 kreeg Ferencz (links) van prins Willem-Alexander de Erasmusprijs voor zijn bijdrage aan het huidige Europa ANP

Zijn strijd begon in 1945 toen Ferencz naar Berlijn werd gestuurd met de opdracht om oorlogsmisdaden door de Duitsers te onderzoeken. Hij stuitte als een van de eersten op de gruwelen in de concentratiekampen. "Mensen die veranderen in dieren vergeet je nooit meer. Daar bedoel ik de gevangenen mee, die graaiend in het puin op zoek moesten naar iets te eten. Dat blijft me altijd bij. Iedere dag en altijd", vertelt Ferencz tegen Nieuwsuur.

Ferencz komt uit een Hongaars-Joods gezin en werd geboren in een klein dorp in de Transsylvanische Alpen (nu Roemenië). Toen hij tien maanden was, vluchtte zijn gezin naar de VS voor het oprukkende antisemitisme in Europa.

Vlak nadat de jonge Amerikaan in Berlijn was aangekomen voor onderzoek, startten in Neurenberg de processen tegen nazi-kopstukken Herman Göring en Rudolf Hess. Terwijl die processen liepen, stuitte Ferencz op de archieven van de Einsatzgruppen, doodseskaders van de nazi's.

Benjamin Ferencz toen hij 27 jaar was Niewusuur

De beulen van de Einzatsgruppen doodden in Oost-Europa ongeveer een miljoen mensen, vooral Joden. "De opdracht voor die mannen was om zonder medelijden of berouw iedere Joodse man, vrouw of kind te vermoorden. Hetzelfde moesten ze doen met zigeuners en met ieder andere mogelijke vijand van het Reich. En dat is wat die 3000 mannen deden. Het was een slachtpartij."

In 1947 begon Ferencz aan deze zaak. "Ik werd de hoofdaanklager van het proces, het grootste moordproces aller tijden."

Oorlog maakt moordenaars van anders fatsoenlijke mensen.

Benjamin Ferencz

Ferencz selecteerde 22 verdachten die terecht kwamen te staan. "We konden ze niet alle 3000 voor de rechter brengen. Dus maakte ik een selectie op basis van rang in het leger en onderwijsniveau. Het waren allemaal hoogopgeleide mannen met hoge functies."

Hoewel die mannen honderdduizenden doden op hun geweten hebben, gelooft Ferencz niet dat ze van nature slecht waren. "Het is een grote fout om dat te denken. Ik heb mezelf afgevraagd, hoe is het mogelijk dat een man als Otto Ohlendorf, hoogopgeleid en vader van vijf kinderen, in staat is geweest om dit te doen. Mijn conclusie is dat oorlog moordenaars maakt van anders fatsoenlijke mensen. Deze mannen waren patriotten die geloofden dat ze het belang van het land dienden."

Otto Ohlendorf tijdens zijn proces Nieuwsuur

Vertrouwen in het strafhof

Ferencz blijft een rotsvast vertrouwen hebben dat het recht uiteindelijk zal zegevieren. Ook blijft hij geloven in het Internationaal Strafhof, dat in de afgelopen vijftien jaar amper verdachten heeft veroordeeld.

"Ik vind dat leiders, zoals de Syrische Bashar al-Assad en Sudanese Omar al-Bashir, zich voor een onafhankelijk rechtbank moeten verantwoorden. Dat zou moeten gebeuren. Maar het gebeurt niet. De rechtbank is er, maar het lukt niet om deze criminelen op te pakken, ondanks onze inspanningen."

"Maar we staan pas aan het begin van het strafhof. Het is een nieuwgeboren baby, die nu begint te kruipen. Op een dag zal het lopen, en op een dag zal het rennen. Dan zal het helpen om de vrede te waarborgen in de wereld. Als die dag komt, ben ik hier niet meer. Maar het komt zeker, ik zie de vooruitgang."

Bekijk hieronder het interview.

Interview Benjamin Ferencz
"Of ik onbreekbaar ben? Daar heb ik nooit bij stilgestaan. Maar ik ben vastbesloten om door te gaan. Als je dat onbreekbaar noemt, dan ben ik dat." Benjamin Ferencz was 27 toen hij hoofdaanklager werd van het grootste moordproces aller tijden tegen Duitse oorlogsmisdadigers. Sindsdien voert Ferencz - nu 97 - strijd voor het internationaal recht. Deze week was hij voor een kort bezoek aan het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag.