Nieuwsuur

Oldambt: de cijfers achter de armoede

ANP

Bijna anderhalf miljoen mensen in Nederland hebben een laag inkomen, blijkt uit de laatste cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau. 

Toen in 2008 de crisis uitbrak nam de armoede in Nederland snel toe, vooral bij werkenden en gezinnen met kinderen. De helft van de mensen die onder de armoedegrens leeft, heeft een baan. Bij kinderen is dit aantal nog hoger: twee derde van alle arme kinderen heeft werkende ouders. 

Afgelopen jaar nam het aantal armen in Nederland voor het eerst af sinds de recessie. Alleen de langdurige armen profiteren niet van de economische groei. Het aantal langdurige armen stijgt juist, concludeerde het SCP. Er is vooral armoede in achterstandswijken van de Randstad en in gemeenten in de periferie, zoals in Oldambt. 

Leefgeld

Maar een klein deel van de armen krijgt een voedselpakket van de Voedselbank. In 2015 deelden de voedselbanken aan 88.000 mensen een pakket uit, nog geen tien procent van het totale aantal armen. Er zijn nog altijd veel mensen die uit schaamte geen pakket aanvragen. Ook hanteert de organisatie andere criteria voor een laag inkomen dan het CBS. 

Dit jaar versoepelde de Voedselbank de eisen voor het aanvragen van een voedselpakket. De grens voor alleenstaanden is verhoogd van 180 naar 200 euro leefgeld per maand. Door de verhoging hoopt de vereniging meer mensen te kunnen helpen. 

Onder leefgeld wordt het bedrag verstaan dat mensen overhouden van hun inkomen nadat vaste lasten zoals huur, energie en water zijn afgetrokken. Bijna alle gemeenten in Nederland hebben een voedselbank. Veertig procent van de mensen die gebruik maken van de voedselbank zijn kinderen. 

Sommige mensen geven aan dat ze het onterecht vinden dat er voor vluchtelingen veel voorzieningen zijn.

SCP-rapport Burgerperspectieven

Het afgelopen jaar bleef de stemming over hoe het gaat met Nederland somber, blijkt uit het rapport Burgerperspectieven van het SCP dat afgelopen voorjaar werd gepubliceerd. Ruim vijftig procent vindt dat het de verkeerde kant op gaat in Nederland. Hoogopgeleiden zijn positiever dan laagopgeleiden. 

Mensen maken zich het meeste zorgen om immigratie en integratie. "Sommige mensen geven aan dat ze het onterecht vinden dat er voor vluchtelingen veel voorzieningen zijn, terwijl er de afgelopen jaren in Nederland flink is bezuinigd. Anderen zijn juist bezorgd over hoe er met vluchtelingen wordt omgegaan", staat in het rapport. 

Twee derde van de Nederlanders zou het goed vinden als burgers meer zouden kunnen meebeslissen over belangrijke politieke kwesties. Politici zouden meer naar gewone mensen moeten luisteren en zich meer moeten inleven in hun situatie.