Legese is anderhalf jaar geleden uit Eritrea gevlucht

'Eritrese vluchtelingen onderdeel van verdienmodel regime'

De beelden van de oorlog in Syrië kennen we, maar over de situatie in Eritrea is veel minder bekend. Eritreeërs zijn na de Syriërs de grootste groep vluchtelingen die naar Nederland komen.

Nieuwsuur spreekt met twee vluchtelingen die vertellen over de situatie in hun land, waar onbeperkte dienstplicht geldt en mensenrechten op grote schaal worden geschonden. In de studio is Mirjam van Reisen te gast, hoogleraar International Relations van Tilburg University. Ze is net een paar dagen terug van de opvangkampen aan de grens met Eritrea en doet al jaren onderzoek naar het land.

Eritrese vluchtelingen onderdeel van verdienmodel

Oneindige dienstplicht

In Eritrea is geen oorlog en toch wagen tienduizenden Eritreers hun leven in een poging Europa te bereiken. In augustus was 20 procent van de asielverzoeken in Nederland afkomstig uit Eritrea. Hoogleraar Mirjam van Reisen legt uit dat het land een van de meest onderdrukkende regimes ter wereld heeft. De bevolking is straatarm en veel mensen lijden honger. Kinderen krijgen vanaf 15 jaar militaire training en volwassenen hebben dienstplicht die vaak verlengd wordt voor onbepaalde tijd.

Doodgeschoten
Legese is 1,5 jaar geleden gevlucht uit Eritrea. Na tien jaar militaire dienst, gevangenisstraf en lichamelijke mishandeling verliet hij het land. Wie Eritrea probeert de ontvluchten, loopt kans om aan de grens te worden neergeschoten. Legese: "Toen we het land uitreden, werd er op onze auto geschoten. Zeven lichamen vielen van de auto af. Ik heb het gehaald, maar er zijn in de Sahara veel lichamen van landgenoten begraven."

Verdienmodel
De huidige vluchtelingenstroom die op gang is gekomen is volgens hoogleraar Van Reisen onderdeel van het verdienmodel van het regime. Mensen leven in zeer slechte omstandigheden, dus de wens om Eritrea te ontvluchten is groot. Omdat het verboden en gevaarlijk is het land te verlaten zonder toestemming van het regime, zijn Eritreeërs afhankelijk van mensensmokkelaars.

Van Reisen concludeert uit interviews met honderden Eritrese vluchtelingen dat de Eritrese overheid op hoog niveau bij de smokkel is betrokken. "Je zou kunnen zeggen dat Eritrea geld verdient aan het verkopen van de eigen burgers." Vervolgens zou het regime ook betrokken zijn bij afpersing door bendes die de Eritreeërs tegenkomen op hun vluchtroute.

Diaspora-tax
Als de vluchtelingen eenmaal Europa hebben bereikt, blijft de Eritrese overheid geld aan ze verdienen. Volgens van Reisen dwingen Eritrese ambassades hun landgenoten tot het afstaan van 2 procent van hun salaris. Een soort ‘diaspora-taks’. De afpersing gaat nog verder, volgens Van Reisen. “Het regime heeft een hele lange arm. Er is in Europa, en ook in Nederland, een heel netwerk van mensen die gelieerd zijn aan het regime.”

President Afwerki
Sinds zijn benoeming in 1993 heeft president Isaias Afwerki de macht. Er is geen parlement, geen grondwet, geen democratie, geen vrije pers en de presidentsverkiezingen zijn voor onbepaalde tijd uitgesteld.

De Commission of Inquiry van de VN heeft in juni een rapport geschreven over de mensenrechtensituatie in Eritrea. Zij concluderen dat de Eritrese overheid mensenrechten schendt op een ongekende manier en schaal. De Commissie zegt dat het regime verantwoordelijk is voor martelingen, seksuele slavernij, kinderarbeid en moord. Het regime zou onder president Afwerki een systeem hebben gecreëerd van onderdrukking, waarin mensen routineus worden gearresteerd, gevangen genomen, gemarteld, gedood of verdwijnen.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl