Door eindredacteur Piet van Asseldonk
Het oranjegevoel in Nederland is 'volatiel' geworden. Volatiliteit is een term uit de beurswereld die duidt op de beweeglijkheid van de koers van een aandeel, maar blijkt ook van toepassing op de koningsgezindheid van de bevolking.
Niet langer blijkt de overgrote meerderheid van de Nederlanders tot bijna elke prijs achter Oranje en de monarchie te staan. De populariteit van de koningin is niet langer een rustig nationaal bezit.
Aanslag
Eind april bejubelt Nederland koningin Beatrix om de manier waarop zij en andere leden van de koninklijke familie reageren op het drama dat zich op Koninginnedag in Apeldoorn heeft voltrokken.
De koningin oogst alom waardering met de toespraak waarin ze blijk geeft van haar medeleven met de slachtoffers van de aanslag. Ook haar standpunt dat de manier waarop in ons land Koninginnedag wordt gevierd niet onder het drama mag lijden, krijgt bijval.
Bezuinigingen
Nog geen vijf maanden later wordt tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen over de Miljoenennota 2010 door een aantal politieke partijen (PvdA, PVV, D66, SP en Groen Links) in niet mis te verstane bewoordingen geëist dat ook koningin Beatrix in deze tijden van financiële neergang haar bijdrage aan de bezuinigingen dient te leveren.
"Als iedereen de broekriem moet aanhalen, geldt dat ook voor het koningshuis', aldus PVV-leider Geert Wilders.
Dankzij een nog niet zo lang geleden van kracht geworden systematiek stijgt het inkomen van koningin Beatrix in 2010 met 30.000 euro en dat van prins Willem-Alexander en prinses Maxima met elk 7000 euro.
De oppositie is verdeeld over de manier waarop de koningin in crisistijd zou moeten inleveren. De PVV wil 20 procent lagere budgetten voor het koningshuis, Groen Links en D66 willen dat het hof (meer) belasting betaalt. De SP eist dat de uitkeringen ten behoeve van het koninklijk huis worden bevroren, terwijl de PvdA het houdt bij de vaststelling dat het 'logisch' is dat ook de koningin inlevert zodra dat van elke burger wordt geëist.
Symboolpolitiek
Het kabinet vindt het allemaal maar symboolpolitiek en heeft de kwestie doorgeschoven naar de behandeling, later, van de begroting Algemene Zaken waaronder het koningshuis valt.
Heel opmerkelijk is intussen wel dat zo'n fors deel van het parlement op hoge toon eist dat het koninklijk huis met de burgers mee bezuinigt en nog opmerkelijker is dat de koninklijke criticasters op dit punt zich ook ter rechterzijde van het politieke spectrum manifesteren.
Tot nu toe hebben rechts-nationalistische partijen in ons land veelal pal achter Oranje gestaan, maar de snel groeiende PVV van Geert Wilders, die nationalistisch en alleen op sociaal-economisch gebied niet rechts is, breekt resoluut met die traditie.
Pechtold
Dat de SP weinig op heeft met de monarchie en dat er in de PvdA van oudsher republikeinse sentimenten sluimeren, is geen nieuws. Maar de felheid waarmee het op monarchaal gebied altijd wat 'neutrale' D66 via zijn succesvolle leider Alexander Pechtold zaken rond het koningshuis aan de orde stelt, is dat weer wel.
Hij laakt de op zich legale belastingconstructies van prinses Christina, omdat daarvoor paleis Noordeinde als postadres wordt gebruikt en breekt net als veel andere fractievoorzitters de staf over de plannen van de kroonprins om in Mozambique een vakantievilla te bouwen.
En meer in het algemeen wint in politiek Den Haag de opvatting terrein dat een louter ceremonieel koningschap ook voor ons land zo slecht nog niet zou zijn.
Midden
Politiek parlementair gesproken moeten monarchie en oranje het dezer dagen even afgezien van de stabiel koningsgezinde kleine rechts-christelijke partijen vooral hebben van het politieke midden: van het CDA, de VVD en de PvdA dus.
Maar dat politieke midden wordt door een trek van het electoraat naar links (SP) en nationaal-rechts (PVV) steeds smaller, terwijl ook de republikeinse reflexen van de PvdA nog altijd op de loer liggen.
Zo ontstaat naast het verschijnsel van een volatiel oranjegevoel bij de bevolking het beeld van een politiek landschap waarin de monarchie een smallere basis heeft dan in voorbije jaren het geval was.
Broos
Zeker met het oog op een troonswisseling zullen koningin en kroonprins en de voor hen politiek verantwoordelijke ministers (in het bijzonder de premier) alle zeilen moeten bijzetten om de door volatiliteit breekbaar en broos geworden sympathie van volk en politiek voor de monarchie te behouden.
Daarvoor is een gedurige communicatie met het publiek nodig waarbij het vorstenhuis via de minister-president verantwoording aflegt van zijn doen en laten.
Dat vergt een ragfijn samenspel van koningin en premier. Over zo'n samenspel tussen Beatrix en Balkenende zijn in het verleden twijfels geuit.
Het is begrijpelijk dat de premier het mee laten bezuinigen van de koningin in tijden van crisis louter symboolpolitiek vindt. Hij heeft formeel gelijk heeft dat het kabinet niet gaat over het bouwen van een kroonprinselijke privévilla in Mozambique en het gebruiken van paleis Noordeinde als postbusadres voor belastingconstructies van een zus van het staatshoofd.
Populariteit
Anderzijds echter is symboolpolitiek rond een ambt dat het bij uitstek van zijn symboolfunctie moet hebben geen onzinnige politiek.
Evenmin onzinnig zijn tijdige waarschuwingen en correcties van de verantwoordelijke premier aan het adres van vorstin en troonopvolger in geval van privéstappen die hen de populariteit van volk en parlement kunnen kosten.
Sterker nog: ze zijn geboden voor politici die de monarchie in tijden van crisis en troonswisseling veilig door volatiel politiek en populistisch vaarwater willen leiden.

»