Door eindredacteur Piet van Asseldonk
Er is een tijd geweest dat een cabaretier maar 'Meester Pieter' hoefde te zeggen, of het publiek lag al in een deuk. Lang gold hij als de 'loser' van de Koninklijke Familie.
Natuurlijk: hij had het goed voor elkaar. Door met een prinses uit het Huis Oranje te trouwen was zijn kostje gekocht en hoefde hij de rest van zijn leven alleen nog maar te besteden aan het doorknippen van linten, aan een beetje pianospelen voor het goede doel en aan het rondtoeren in te dure auto's.
In de ogen van veel 'hard werkende' Nederlanders had hij ook veel tegen: een corpsstudent uit Leiden met als studierichting rechten en een vader die dan wel fabrikant was, maar van zeildoek. En al was hij dan de eerste burger die door zijn huwelijk lid werd van het Koninklijk Huis, de titel prins werd hem onthouden. Schoonmoeder Juliana vond adellijke titels maar onzin.
In een echt paleis wonen was er ook al niet bij: het werd een bungalow in Apeldoorn, zij het dan een in de schaduw van Paleis 't Loo. En zijn verjaardag op dezelfde dag als zijn schoonmoeder Juliana; op koninginnedag dus bleef een voetnoot in de berichtgeving over koninginnedag.
Oranjeburger
Zo werd Pieter van Vollenhoven een door prinsen en prinsessen omgeven burger, zelfs in zijn eigen gezin. Als troost werd in het dagelijks spraakgebruik zijn academische titel maar aan zijn voornaam toegevoegd: Meester Pieter.
Als ambteloos burger maakte hij in 1967 zijn entree in de Koninklijke familie. Het begon meteen al wat schlemielig, want de corpsstudent met een hete aardappel in de keel strompelde vanwege een skiongeluk zat zijn been in het gips het podium van de nationale bekendheid op.
Echt werken was er niet bij, want dat hoeven prinsen, ook al hebben ze de titel niet, natuurlijk niet. En een heuse functie voor iemand die zo dicht bij het staatshoofd staat zou maar politieke complicaties geven. Een mens met een gezonde ambitie, zoals Pieter van Vollenhoven is, zou er depressief van worden. Dat werd de Oranjeburger niet.
Meester Pieter bleek een laatbloeier. Op 30 april wordt hij 70 jaar en hij staat als voorzitter van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid en als 'praktijkhoogleraar' risicomanagement aan de Universiteit van Twente op de toppen van zijn macht.
Dankzij zijn inzet in eerdere functies op het gebied van veiligheidszorg en slachtofferhulp heeft Nederland nu een onafhankelijke veiligheidsraad die aan de weg timmert.
Laatbloeier
Pieter van Vollenhoven was een bekende Nederlander vanwege zijn huwelijk, maar werd een bekende Nederlander vanwege zijn prestaties. En al zal het een met het ander te maken hebben, het moet hem goed doen. Wellicht zelfs zal het zijn frustratie over het feit dat hij geen prins mocht worden getemperd hebben.
Toch zijn er ook een paar wolkjes aan de heldere avondhemel van Meester Pieter. Ook voor een laatbloeier komt een tijd dat hij moet terugtreden. Dat zal Van Vollenhoven niet meevallen.
Hij heeft tot zijn ongenoegen al in zijn jonge jaren van een soort pensioen kunnen genieten en nu geniet hij met volle teugen van de publiciteit die een onderdeel vormt van zijn voorzitterschap van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.
Daar duikt een tweede wolkje op: zichtbaar genieten van publiciteit rond rampen en ellende kan averechts werken. En daarbij is het terrein wat hij zeker in de publiciteit betreedt niet ontdaan van politieke gevoeligheden. Dat is voor een lid van de Koninklijke familie altijd een mogelijke valkuil. Maar het zal Meester Pieter - bijna 70 jaar - zijn tijd wel duren.
De NOS zendt op 29 april een portret uit van Pieter van Vollenhoven ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag. in NOS 'Pieter 70' volgt verslaggever Arjan Nieuwenhuizen Pieter van Volenhoven onder meer tijdens zijn werk als voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Van Vollenhoven komt ook zelf aan het woord over zaken die voor hem in leven belangrijk zijn: zijn werk, zijn gezin en zijn rol binnen de koninklijke familie.
NOS 'Pieter 70', 29 april 2009: Ned. 1, 20.30 - 21.25 uur.

»
»