Door Pauline Broekema
Daar is op 11 februari 1936 ineens die Duitse prins. Charmant, veelbelovend, sportief, hooggeboren en welgemanierd. Op de oefenwei van een Oostenrijks wintersportoord. Uitgenodigd, zegt hij later tegen zijn biograaf. Onwaar, schrijft Fasseur, van hofzijde was geen initiatief genomen.
Hoe dan ook, na enkele ontmoetingen is Juliana verkocht. Tot opluchting van haar omgeving. Ze moet aan de man en dat lukt niet erg. Een lief meisje, maar niet zo aantrekkelijk.
Hoe verliefd Juliana ook is, twijfels over Bernhard zijn er ook. Het oordeel van een door Juliana geconsulteerde grafoloog geeft de doorslag: een pure intellectueel met een verdiepte cultuur is hij niet, maar zijn handschrift is wel oprecht.
Vreemd genoeg wordt Bernhards politieke achtergrond niet onderzocht. In het Koninklijk Huis Archief ligt een document dat hij in 1995 door zijn persoonlijke assistente C.M (Kokkie) Gilles laat op stellen, "gezien de bijna hysterisch te noemen publiciteit betreffende het 'nazi-verleden' van Bernhard". Daarin stelt hij onder meer dat zijn lidmaatschap van het SA-Motorkorps hem automatisch lid maakte van de nazi-partij. Onwaarschijnlijk, zegt Fasseur.
Zonneklaar
Hoe het ook is gegaan (een lidmaatschapskaart met handtekening ontbreekt), uit de archieven in Berlijn en Washington blijkt zonneklaar dat hij op 1 mei 1933 lid werd van de NSDAP en men hem op 5 januari 1937, twee dagen voor zijn huwelijk, uit de partijadministratie schrapte.
Op 17 november 1936 brengt Bernhard een beleefdheidsbezoek aan Hitler. Een formeel afscheid van zijn vaderland, schrijft Fasseur. Er wordt hoofdzakelijk over auto's geconverseerd.
Omdat zijn Duitse gasten een reis naar het huwelijk wordt belemmerd, stuurt Bernhard begin januari nog twee brieven aan Hitler. De visa worden alsnog verstrekt.
Na de bruiloft volgt een huwelijksreis van maar liefst drie maanden. Juliana keert gerestyled terug, elf kilo lichter dankzij een Amerikaanse schoonheidsspecialiste die haar transformeert tot een 'bijna spetterende jonge vrouw van de wereld'. Die huwelijksreis hebben ze waarschijnlijk- enige tijd gezelschap van Penelope (Pempe) Aitken. "Pempe onderhield tot haar huwelijk in 1938 vriendschappelijke relaties met verschillende mannen, van wie Prins Bernhard er een was. Zelfs zou zij op zijn uitnodiging hem en Juliana op een deel van hun huwelijksreis hebben vergezeld", schrijft Fasseur.
Platonisch
Haar relatie met Bernhard zou platonisch zijn geweest. Haar eerste kind, Jonathan, is van augustus 1942. Vrij onwaarschijnlijk dat Bernhard de vader is, zegt Fasseur. Op 14 september 1941 schrijft hij vanuit Londen immers aan Juliana "dat in zijn verstandhouding met de mooie Penelope de klad was gekomen".
Later krijgt Jonathan, getuige boodschappenlijstjes uit het Koninklijk Huis Archief, kerstcadeaus. De vriendschap is kennelijk hersteld. "Zonder dat het voldoende bewijs lijkt om met terugwerkende kracht het vaderschap van de prins bewezen te achten," aldus Fasseur die er aan toevoegt dat Juliana peettante was van het kind.
Het land staat op z'n kop als op 31 januari 1938 de troonopvolger wordt geboren: Beatrix. De relatie tussen zoon en schoonmoeder is ideaal. Voor haar is hij 'Bernilo' die moeite doet haar in het Nederlands te schrijven. "Heel veel liefs van Lula en mij en tot spoedig weer. Het was zoo gezellig met jij!! Ik weet niet hoe ik sluiten moet in het Nederlandsch???"
Grote avontuur
De Tweede Wereldoorlog is volgens Fasseur het grote avontuur van Bernhards leven. En Juliana heeft genoten van haar Canadese jaren, hoewel ze haar moeder, die samen met Bernhard in Londen zat, verschrikkelijk mist. Ze leefde het leven dat ze wilde. Van een gewone vrouw met kinderen. Doet boodschappen, het huishouden, in Canada is Juliana 'bandeloos gelukkig'. Over en weer gaan brieven. Juliana schrijft over Hitler als "die psychopaat". Vertelt over de kinderen
Na een bezoek van Nederlandse matrozen vindt ze Beatrix met vriendinnetje Renée bij een open fles jenever, een rietje in de handen, klagend dat het zo naar smaakt. In Canada neemt ze kennis van de beroemde rede van de Leidse hoogleraar Cleveringa waarin hij zich keert tegen de verwijdering van Joodse hoogleraren en docenten van de universiteiten. "Zo waardig en ingehouden machtig" typeert ze de toespraak. Fasseur noteert: "Dit was tegelijk de eerste en laatste keer dat in Juliana's correspondentie op de jodenvervolging in Nederland en daarbuiten werd gezinspeeld."
Andere kant
Wel vraagt ze zich af wat haar man aan de andere kant van de oceaan uitspookt. "Besef je eigenlijk wel hoe weinig ik van je afweet? Ik weet niet in wiens gezelschap je slaapt. Ik weet niets, niets, niets!"
Bernhard keurt Juliana op de foto's die ze stuurt. Regelmatig bevalt haar kledingkeuze hem niet. En of ze er wel aan denkt altijd ordentelijk gekleed de straat op te gaan. In Londen bleef prince charming intussen geen passieve toeschouwer, zegt Fasseur. Zoals de meeste Nederlanders daar had hij een vriendinnetje. Met Pempe Aitken zou het platonisch zijn geweest maar met Lady Orr-Lewis, die hij in een schuilkelder van het Claridge's hotel ontmoet, heeft hij een verhouding.
Ann is getrouwd. Toen haar echtgenoot in maart '43 in Cairo verbleef meldt Bernhard per telegram hoe het Ann in Londen vergaat "Found Ann extremely well and in good form". Met Ann ging het prima en ze was in optimale vorm. Een tekst voor meer dan een uitleg vatbaar, merkt Fasseur op.
Nooit een punt
Van vriendinnen had zijn vrouw nooit een punt gemaakt, meldde Bernhard in het na zijn dood verschenen vraaggesprek met Pieter Broertjes en Jan Tromp. Het is de vraag. Hoewel het huwelijk volgens Fasseur tot 1948 redelijk gelukkig is krijgt Juliana na de bevrijding een man terug die haar ontgroeid is en met hem een leven waarin zij niet langer de enige vrouw was.
Op 18 februari 1947 bevalt Juliana van Marijke. Na een zwangerschap vol zorgen. Ze heeft rodehond opgelopen, waarschijnlijk besmet bij een bezoek aan Indische repatrianten. Marijke wordt geboren met een ernstige oogafwijking. Het Koninklijk huis Archief bevat mappen vol "ogenbrieven" vol raadgevingen van burgers en het aanbod van een man zijn beide ogen af te staan aan het prinsesje.
Het moderne sprookje krijgt enkele maanden voor Juliana koningin wordt, in april 1948, een lelijke wending. "Een boze fee had zich aan het paleishek gemeld en liet zich niet verjagen."

»
»
»
»
»
»
video
video
»