Door eindredacteur Piet van Asseldonk
Het kabinet speelt met de gedachte de Troonrede een ander karakter te geven. Dat idee komt niet voort uit staats-rechtelijke vernieuwingsdrang, maar is louter ingegeven door ergernis over het herhaaldelijk uitlekken van de Miljoenennota en andere Prinsjesdagstukken. Dat gebeurt veelal als gevolg van het een paar dagen vóór Prinsjesdag onder embargo (geheimhouding) verstrekken van de kabinetsstukken aan parlement en pers. Het nieuws ligt daardoor dus vaak al op straat voordat de koningin op de derde dinsdag in september de Troonrede voorleest.
Om te voorkomen dat de vorstin in de Ridderzaal oud 'nieuws' zit voor te lezen, kan het kabinet de stukken pas op Prinsjesdag zelf na afloop van de Troonrede openbaar maken, maar dat heeft weer tot nadeel dat kamer-leden, maatschappelijke organisaties en media onvoorbereid moeten reageren en berichten. Daardoor zou Prinsjesdag te eenzijdig een goed nieuwsshow van het kabinet worden wat de democratische discussie over de kabinetsplannen geen recht zou doen.
Om deze impasse te doorbreken heeft het kabinet bij monde van vicepremier Wouter Bos (PvdA) geopperd om de Miljoenennota en bijbehorende stukken voortaan al op de vrijdag voorafgaand aan Prinsjesdag vrij te geven voor publicatie. Het kabinet heeft gezegd dat zo'n handelwijze een ander soort Troonrede vergt, want van de koningin kan natuurlijk niet gevraagd worden dat ze plechtig gaat zitten voorlezen wat al in de krant stond en waarover op radio en TV al uitputtend is bericht.
Een ander soort Troonrede dus. De vicepremier zei daarbij - zijn gedachten de vrije loop latend - te denken aan een meer bespiegelende, meer 'visionaire' tekst die op indringende en wervende manier de achtergronden van de kabinetsvoornemens zou kunnen schetsen. Terecht is er de laatste jaren kritiek geweest op het ambtelijk taalgebruik in de Troonrede en op de gortdroge opsomming van beleidsvoornemens daarin.
Het alternatief van een meer bevlogen Troonrede lijkt zo op het eerste oog dan ook aantrekkelijk. Toch is het dat niet, want daarbij dienen zich prompt een reeks staatsrechtelijke en politieke problemen aan. Een te bevlogen Troonrede kan namelijk de geloofwaardigheid en (politieke) onafhankelijkheid van de vorstin in het geding brengen en dat is het laatste wat politici zouden moeten willen.
Natuurlijk weet iedereen dat wat het staatshoofd op Prinsjesdag in de Ridderzaal te berde brengt geheel en al voor rekening van het zittend kabinet komt, maar toch vinden veel mensen het nu al onbegrijpelijk en onverteerbaar dat politici meteen na het uitspreken van de Troonrede door de vorstin daarop op radio en TV ongezouten kritiek gaan leveren.
Dat onbegrip bij het publiek zal groeien naarmate de koningin een sterker partijpolitiek gekleurde en wervende kabinetstekst moet voorlezen. En de oppositie in het parlement zal dan niet zonder reden zelfs kunnen zeggen dat de vorstin 'gebruikt' wordt voor (partij)politieke propaganda. Daarmee wordt er getornd aan het gezag en de onafhankelijkheid van het staatshoofd. Een wat bleke, genuanceerde Troonrede desnoods met wat 'oud nieuws' is voor de staatsrechtelijke verhoudingen dan altijd nog beter.
Het eerder geuite idee om de koningin met Prinsjesdag alleen het nieuwe parlementaire jaar officieel te laten
openen en het voorlezen van de kabinetsplannen voor het aankomend jaar aan de premier over te laten, zou de neutraliteit van het staatshoofd beter tot zijn recht laten komen. Nadeel daarvan is echter weer dat de rol van de vorstin dan wel heel erg protocollair zou zijn.
Zolang Nederland niet kiest voor een louter protocollair koningschap en de koningin (m/v), hoewel lid van de regering, boven de partijen dient te staan, kan zij beter ook met Prinsjesdag niet tot de vertolkster van partijpolitiek geladen teksten gebombardeerd worden. Zeker: dat is een compromis, maar daarom ook zo karakteristiek voor ons politiek bestel.
Deel deze pagina