Op 14 oktober 1947 werd Juliana benoemd tot regentes. Koningin Wilhelmina kampte met gezondheidsproblemen en droeg haar taak tijdelijk over aan haar dochter. De vorstin was ook teleurgesteld in het naoorlogse Nederland, waar de oude politieke tegenstellingen weer in ere werden hersteld. Zij overwoog niet lang meer te wachten met een officiële troonswisseling.
Een troonswisseling kwam de politiek echter uiterst ongelegen. Het was de tijd van de politionele acties, die de orde in de kolonie Nederlands-Indië moesten herstellen.
Rust aan het thuisfront was volgens het kabinet juist nu noodzakelijk. Ook Juliana was zich daarvan bewust en drong er bij haar moeder op aan om de vijftig jaar vol te maken.
Wilhelmina voldeed aan het verzoek door Juliana slechts een korte periode, tot 1 december 1947, als regentes te laten regeren. In die periode kon zijzelf even op adem komen.
Vermoeienis
Op 12 mei 1948 kondigde Wilhelmina haar troonsafstand aan in een radiorede en deelde mee dat Juliana opnieuw regentes werd: "Overgroote vermoeienis, die noch mijn werk, noch mijn gezondheid ten goede komt en die onder den druk van de uitoefening van mijn zware taak, geen kans krijgt over te gaan, noopt mij ten tweeden male mijn toevlucht te nemen tot een regentschap".
Kort na haar tweede beëdiging als regentes kreeg Juliana haar politieke vuurdoop: er waren voor 7 juli 1948 vervroegde verkiezingen uitgeschreven in verband met een grondwetsherziening. Daarnaast speelde de Indonesië-kwestie een overheersende rol.
Troonsafstand
Op 4 september 1948 deed koningin Wilhelmina na 50 jaar regeren afstand van de troon. Om twaalf uur precies betraden moeder en dochter het balkon van het paleis op de Dam en stelde Wilhelmina de nieuwe koningin aan de wachtende menigte voor: "Ik stel er prijs op u zelf mede te delen, dat ik zojuist mijn troonsafstand heb getekend ten behoeve van mijn dochter, Koningin Juliana. Ik dank u allen voor het vertrouwen, dat gij mij vijftig jaar lang hebt gegeven. Ik dank u voor de toegenegenheid, waarmede gij mij steeds hebt omringd. Met vertrouwen zie ik uw toekomst tegemoet onder de zorgende leiding van mijn innig geliefd kind".
Zij besloot haar korte toespraak met een luidkeels "Leve onze koningin!" Met een onvaste stem antwoordde Juliana: "Ik dank u lieve moeder, dat gij mij op deze wijze hebt ingeleid. Ik voel het als een groot leed, dat we uw wijsheid en uw ervaring en bovenal u zelf voortaan zullen moeten missen als onze Koningin."
Moeder en dochter kusten elkaar en hoorden hand in hand het Wilhelmus aan. Daarna trok Wilhelmina zich terug en verschenen de kinderen van Juliana op het balkon. Die middag maakte de kersverse koningin samen met haar gezin een rijtoer door de hoofdstad. Tienduizenden juichten haar toe.
Opgave
Op 6 september 1948 werd Juliana in de Nieuwe Kerk in Amsterdam ingehuldigd als koningin. In haar inhuldigingsrede kwam zij er openlijk voor uit haar taak als een zware opgave te zien: "Zó zwaar dat niemand die zich daarin ook maar een ogenblik heeft ingedacht haar zou begeren, maar ook zó mooi dat ik alleen maar zeggen kan: wie ben ik dat ik dit doen mag?"
In diezelfde rede zei zij bovendien dat voor een koningin de taak als moeder even belangrijk is als voor iedere andere Nederlandse vrouw.
Ter gelegenheid van het afscheid van koningin Wilhelmina en de inhuldiging van Juliana waren er in augustus en september tal van festiviteiten. Nederland vergat voor even de binnenlandse- en buitenlandse problemen.
De feestelijkheden stonden in schril contrast tot de grote economische problemen waarmee het land, ondanks de Marshall-hulp, te maken had.
De eerste officiële daad van Juliana was de uitreiking van het Grootkruis der Militaire Willemsorde aan haar moeder. Prinses Wilhelmina kreeg de militaire orde voor haar belangrijke rol in de oorlog.

»
»
»
»
»
»