Door verslaggever Marc-Robin Visscher
Vandaag verschijnt een rapport van de Koninklijke Academie van Wetenschappen over het rekenonderwijs in Nederland. Staatssecretaris Dijksma van Onderwijs heeft daar om gevraagd. Kan de jeugd van tegenwoordig nog wel rekenen? Sommigen denken van niet.
Er is de laatste jaren stevig gediscussieerd over het rekenonderwijs. Globaal zijn er twee stromingen:
- het 'traditionele' rekenen (sommen leren, tafels stampen)
- tegenover het 'realistische' rekenen - twee voorbeelden staan hier onder.
1+1=?
Op het eerste gezicht is 1 + 1 altijd 2. Maar dat is niet altijd zo, legt Hans van Luit uit. Hij is hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht. 1 koe + 1 koe = 2 koeien. Maar de som van 1 koe en 1 paard heeft een andere uitkomst. Dus: 1 + 1 = niet per definitie 2.
Het gaat om logisch nadenken, en daar wordt tegenwoordig op de basisschool al vroeg mee begonnen. Is dat niet veel te ingewikkeld voor jonge kinderen? Volgens Van Luit niet, je kunt er maar beter zo vroeg mogelijk mee beginnen.
Achteruitgang
Toch lijkt het er op dat de jeugd van tegenwoordig niet meer zo goed kan rekenen. Zo bleek dat PABO-studenten moeite hebben met een rekentest: de leraren en leraressen in de dop kunnen zelf niet meer rekenen! "
Op de middelbare school mochten we altijd een rekenmachine gebruiken," zegt Mara, 3de jaars PABO-student in Utrecht, "daarom heb ik nu moeite met hoofdrekenen". Maar ze heeft de rekentest gehaald en denkt dat ze nu goed genoeg is om het rekenen straks op de basisschool te kunnen onderwijzen.
Heel belangrijk is de rol van de docent, zegt Wijbrandt Keuning van basisschool De Regenboog in Utrecht: "Het gaat om logisch nadenken. Maar voor sommige kinderen kan juist de traditionele aanpak uitkomst bieden. Zo probeer je maatwerk te leveren". Benieuwd waar de Academie van Wetenschappen mee komt. Terug naar vroeger en klassikaal tafels opdreunen? Of gaan we voor de moderne aanpak.
2 voorbeelden realistisch rekenen:
Oom Ben moet de trein van tien over half drie hebben
hij fietst in 15 minuten naar het station
hij stalt de fiets in 4 minuten
hij koopt een kaartje in 2 minuten
Daarna loopt hij in 2 minuten naar het perron
Hoe laat moet hij van huis?
Jan reist in 1 uur en 12 minuten naar zijn werk met de boemeltrein
Kees doet het 2 keer zo snel want die neemt de sneltrein.
Marcel heeft 13 minuten langer nodig dan Kees, want die moet nog snacken op het perron.
Hoe lang is Marcel onderweg?
Antwoorden: 14:17 uur / 49 min.
