Jeugdzorg schiet tekort

De wet op de Jeugdzorg voldoet niet aan de verwachtingen. Er is nog steeds niet één loket voor jongeren met problemen. Dit blijkt uit de onafhankelijke evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg die minister Rouvoet voor Jeugd en Gezin naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De wet is in 2005 ingegaan. Het was de bedoeling dat probleemjongeren sneller en efficiënter geholpen zou worden. Zorgverleners moesten niet meer langs elkaar heen werken. De financiering van hulp zou duidelijker zijn. De provincies kregen de touwtjes in handen, om ook de kosten te beperken.

Toegang
De wet werkt echter niet, zo blijkt uit de evaluatie. "De gewenste één toegang tot jeugdzorg is niet gerealiseerd", stelt het rapport. Dit betekent dat ouders met hun probleemkinderen nog steeds bij verschillende instanties langs gaan.

Ook gaat er veel tijd verloren met de indicatiestelling, het definiëren van het probleem. "Het recht op jeugdzorg heeft geleid tot een grote nadruk op objectieve, geprotocolleerde indicatiestelling die onafhankelijk dient te zijn van het zorgaanbod," stellen de onderzoekers.

"Indicatiestellers kunnen daardoor zelf geen eerste hulp bieden. Dit kost veel tijd."

Geen belemmering
Minister Rouvoet benadrukt in een reactie dat iedere jongere de zorg behoort te krijgen die het nodig heeft. "Wettelijke bepalingen en bestuurlijke procedures moeten dáárop gericht zijn en mogen natuurlijk niet in de praktijk juist een belemmering vormen".

De minister komt begin volgend jaar met een plan voor verbetering.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio