In Barcelona zijn de laatste klimaatonderhandelingen begonnen voordat in december de grote conferentie begint die een opvolger moet opleveren voor het Kyoto-protocol. Aan de gesprekken in Spanje doen zo'n 180 landen mee.
De kans dat Kopenhagen een verdrag oplevert, wordt steeds kleiner. Vorige week zei VN-klimaatchef Yvo de Boer nog dat het al mooi zou zijn als er in Denemarken een politiek principe-akkoord kan worden gesloten. Details kunnen dan volgend jaar worden uitgewerkt.
De onenigheid tussen rijke landen en ontwikkelingslanden blijft in de aanloop naar een nieuw verdrag het grootste probleem. De arme landen, onder leiding van China, willen dat de rijke landen met minimaal honderd miljard euro over de brug komen. Met dat bedrag moeten de ontwikkelingslanden de gevolgen van de klimaatverandering (verwoestijning in sommige delen van de wereld en meer overstromingen in andere delen) opvangen.
Patstellingen
De rijke landen willen nog geen bedragen noemen zolang de arme landen niet toezeggen met hoeveel zij hun CO2-uitstoot willen terugdringen. De arme landen eisen van de rijke dat zij hun emissie met veertig procent terugbrengen, maar de meeste rijke landen, onder meer de VS, willen lang niet zo ver gaan. De EU heeft nog het meest geboden: twintig procent reductie in 2020 ten opzichte van 1990. De patstelling duurt nu al weken.

»
»
»