Door redacteur gezondheidszorg Rinke van den Brink
In Amsterdam vindt vandaag de lancering plaats van het Amsterdam Institute for Global Health and Development (AIGHD). Het instituut gaat arme landen helpen bij het verbeteren van hun gezondheidszorg.
Het AIGHD is een samenwerkingsverband van het Academisch Medisch Centrum, de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. Verder werken onder meer het Koninklijk Instituut voor de Tropen, het KNCV Tuberculosefonds, de stichting HIV Monitoring en een heel reeks ngo's mee aan het nieuwe instituut.
Verbinden
Het instituut wil onderzoek, onderwijs en praktische hulpverlening meer met elkaar verbinden zodat westerse hulpprogramma's beter gaan aansluiten bij de behoeften van ontwikkelingslanden. Nu zijn er veel vaak redelijk succesvolle projecten die zich op de bestrijding van één ziekte richten, meestal een infectieziekte.
Die programma's blijven volgens initiatiefnemer en directeur Joep Lange van het AIGHD ook nodig, maar daar moet het niet bij blijven. Chronische ziekten zoals wij die in westen kennen - diabetes, hart- en vaatziekten - komen ook in ontwikkelingslanden steeds vaker voor.
Enkele jaren geleden was Lange een van de drijvende krachten achter de stichting Pharmaccess die met geld uit het Health Insurance Fund - beide organisaties werken samen met het nieuwe instituut - een ziektekostenverzekering heeft opgezet in Nigeria. Daarbij zijn intussen 50.000 mensen aangesloten. Binnenkort komt er een zelfde verzekering in Oeganda en daarna is Kenia aan de beurt.
Hersenbloeding
Tijdens een van zijn bezoeken aan Nigeria merkte Lange dat de ziekenhuizen daar vol lagen met ernstige zieke patiënten die een hersenbloeding hadden gehad, omdat niet tijdig was onderkend dat ze last hadden van hoge bloeddruk.
"Ze weten daar te weinig van hart- en vaatziekten en dat wreekt zich. Aidsprogramma's en malariaprogramma's blijven nodig, maar hoge bloedruk is een veel ernstiger probleem met veel zwaardere gevolgen", zegt Lange.
"Dat wordt eigenlijk niet voldoende opgemerkt, omdat de administratie te wensen overlaat en er niet goed gerapporteerd wordt over resultaten van behandelingen."
Daar moet iets aan gebeuren, vindt hij en daarom gaat het nieuwe instituut alles bij elkaar brengen op het gebied van onderwijs en onderzoek naar ontwikkelingslanden en dat vertalen in praktische projekten aangepast aan de behoeften van de arme landen. Daarbij gaat het dus niet alleen om het opzetten van zorgprojekten, maar ook om de onderliggende infrastructuur.
Leerplannen
Het AIGHD gaat in samenwerking met universiteiten in de ontwikkelingslanden zelf nieuwe leerplannen ontwikkelen, toegesneden op de praktijk. De zorgprojecten worden samen met lokale ziekenhuizen en klinieken en ook verzekeraars opgezet.
Het instituut in Amsterdam wordt door de beide universiteiten en het AMC gefinancierd. Voor de projecten in de ontwikkelingslanden worden grote geldschieters zoals bijvoorbeeld de Bill en Melinda Gates Foundation, het Nederlandse ministerie van Ontwikkelingsamenwerking en de Wereldbank aangezocht.
Deel deze pagina
video
video
video
»
»
»