PVV-leider Geert Wilders wil dat de Tweede Kamer onderzoekt of het mogelijk is een aanklacht in te dienen tegen minister Van der Laan voor Wonen, Wijken en Integratie (WWI). Hij beschuldigt Van der Laan van het begaan van een ambtsmisdrijf.
Dit heeft Wilders bekend gemaakt in een brief aan Gerdi Verbeet, voorzitter van de Tweede Kamer. De PVV vindt dat de PvdA-minister geen antwoord heeft gegeven op vragen van het PVV-Kamerlid Fritsma over de kosten van niet-westerse allochtonen.
"Het kan niet zo zijn dat een minister geen Kamervragen beantwoordt", zei Wilders vanmorgen in het televisieprogramma 'Goedemorgen Nederland'. "Hij moet zich strafrechtelijk verantwoorden."
De PVV heeft een internetsite gelanceerd, waar bezoekers suggesties kunnen sturen over kosten van immigratie.
Hoge Raad
Als een minister opzettelijk nalaat de Tweede Kamer antwoord te geven, leeft hij de Grondwet niet na. Dan is er sprake van een ambtsmisdrijf, redeneert Wilders. De Hoge Raad moet zich dan over de zaak uitspreken.
Wilders baseert zich op artikel 355 (nr. 4) van het Wetboek van Strafrecht. Die wet dateert uit 1855. Het is de eerste keer in de parlementaire geschiedenis dat er een beroep wordt gedaan op dit wetsartikel.
Op grond van artikel 7 van de Wet ministeriële verantwoordelijkheid is een aankacht ingediend bij de Tweede Kamer, zo staat in de brief.
Instemmen
De PVV kan zelf niet naar de Hoge Raad stappen. Er zijn vijf parlementariërs nodig om de Kamer een onderzoek naar een ambtsmisdrijf te vragen. Omdat de PVV negen Kamerzetels heeft kan de partij dit proces starten.
Als het verzoek bij de voorzitter van de Tweede Kamer binnen is, moet vervolgens een meerderheid van de Kamer instemmen met de instelling van een commissie, die zich buigt over de kwestie.
Deze commissie onderzoekt of er genoeg gronden zijn om naar de Hoge Raad te stappen. Als de commissie klaar is, moet de Kamer zich er in meerderheid nog eens over uitspreken.

»
»
»