Het dagboek waarin de Zwitserse psychoanalist Carl Gustav Jung zijn eigen dromen bijhield in woord en beeld, is na 95 jaar voor het eerst door het publiek te zien. Deze week opent in New York een tentoonstelling waar het boek getoond wordt. Tegelijkertijd verschijnt een vertaling in het Engels.
Jung, de grondlegger van de analytische psychologie, begon met het boek, dat hij Liber Novus noemde, in 1914 en werkte er zestien jaar aan. Hij kalligrafeerde de tekst en tekende er sierlijke, gedetailleerde afbeeldingen bij vol mythologische figuren en mandala's.
Volgens de overlevering wilde hij niet dat het boek ooit vrijgegeven zou worden, uit angst dat men hem voor gek zou verklaren.
Bankkluis
Na zijn dood in 1961 bleef het boek in zijn huis in Zurich, totdat het in de jaren 80 naar een bankkluis werd overgebracht. Al die tijd wisten wetenschappers van het bestaan ervan, maar mochten het niet inzien.
Het in leer gebonden boek weegt zo'n vier kilogram en meet 30 bij 40 centimeter. Tweederde van de 205 pagina's is voorzien van tekeningen.
Door het schrijven van het boek kwam Jung tot zijn baanbrekende ideeën over archetypen en het collectieve onderbewustzijn, waarmee hij zich van zijn leermeester Freud afzette. Het boek wordt door kenners omschreven als 'half wetenschap en half kunst' en wordt gezien als het belangrijkste ongepubliceerde boek over psychologie.
Nieuw licht
"Zonder dit boek is het onmogelijk te begrijpen hoe Jungs werk zich heeft ontwikkeld vanaf 1914", zegt Sonu Shamdasani, die de Engelse vertaling van het werk verzorgde. "Dat zal een nieuw licht werpen op de ontwikkeling van de moderne psychologie", belooft de curator van het museum waar de tentoonstelling zal plaatsvinden.
Deel deze pagina

»
»
»