De Indonesische autoriteiten schatten dat er nog zo'n drieduizend mensen onder het puin van de aardbeving op Sumatra liggen. Het officiële dodental staat op 1100, maar dat gaat zeker verder oplopen.
Het zwaarst getroffen is de havenstad Padang. De hulpverlening komt daar inmiddels langzaam op gang, maar het is moeilijk om zwaar materieel in de getroffen gebieden te krijgen.
Nederland geeft een half miljoen euro noodhulp aan de slachtoffers van de aardbeving op Sumatra. Het geld gaat naar het Indonesische Rode Kruis, heeft minister Koenders bekendgemaakt. Luchtvaartmaatschappij KLM stuurt een vrachtvliegtuig met hulpgoederen naar Indonesië.
Benzine
"Het is een behoorlijke chaos op straat, al is het wel wat rustiger geworden", zegt de Nederlandse Ellen Peijnenburg, lerares Engels op een privéschool in Padang.
"Er staan wachtrijen van vier uur bij de tankstations, omdat men bang is dat de benzine opraakt."
"Mensen zitten gedesillusioneerd voor hun huis af te wachten, er is namelijk totaal geen contact met de buitenwereld."
Steen voor steen
Veel wegen zijn door aardverschuivingen en hevige buien onbegaanbaar geworden. Hulpverleners moeten vaak met blote handen in het puin graven.
"Steen voor steen worden de ingestorten gebouwen uitgeruimd. Er zijn geen bulldozers en er is een tekort aan materiaal", zegt Peijnenburg, die niet weet of ze nog wel een baan heeft, aangezien ook haar school is ingestort.
Volgens correspondent Michel Maas komt de hulpverlening inmiddels langzaam op gang. "Er zijn ineens veel meer militairen en bulldozers verschenen. Die zijn begonnen met het opruimen van het puin en het voorzichtig uitgraven van slachtoffers".
Ook zijn er inmidddels enkele buitenlandse reddingswerkers gearriveerd.
Indonesië leek niet voorbereid te zijn op de ramp. "Kort na de aardbeving deed iedereen maar wat, nu pas begint er gecoördinerende hulp te komen."
De aardbeving van twee dagen geleden had een kracht van 7,6 op de Schaal van Richter.
Deel deze pagina
»