"Het was ellendig. Het regende. Alles was klam. Kinderen werden ziek. Het was niet leuk. We hoopten dat er snel 'n eind aan zou komen."
Twee weken lang bivakkeerden Simone en Jörg Rothen met hun vijf weken oude baby in de tuin van de Duitse ambassade in Praag. Ze waren twee van de 4500 vluchtelingen uit de DDR die hoopten zo naar het Westen te kunnen afreizen.
Het lukt uiteindelijk. Vandaag twintig jaar geleden kwamen ze aan in de Bondsrepubliek. Gisteren werd in Praag stilgestaan bij de vlucht.
"We wilden eerst over de Donau zwemmen, maar dat lukte niet", legt het stel uit. Daarom werd besloten het geluk te proberen bij de ambassade.
Het was niet makkelijk om over het hek van de ambassade heen te komen. "Zeker niet met de baby. We tilden hem er overheen en aan de andere kant vingen anderen hem op. Alleen was dat nooit gelukt."
Kippenvel
Op 30 september kregen de vluchtelingen te horen dat ze naar West-Duitsland konden vertrekken. Minister van Buitenlandse Zaken Genscher kwam hen persoonlijk vertellen dat ze vrij zouden komen.
Het stel krijgt nog steeds kippenvel bij het horen van Genschers toespraak op het balkon. "Zodra hij zei 'landgenoten' wisten we: we komen vrij."
Vandaag zijn met speciale treinreizen de vluchtelingentreinen van 1 oktober 1989 herdacht, waarmee DDR-burgers naar West-Duitsland konden.
Deel deze pagina
»
»
»