Kabinet: AOW door vergrijzing te duur

Op de werkvloer zie je maar weinig mensen die 'tegen' de 65 jaar lopen. Toch heeft het kabinet besloten dat de pensioenleeftijd met twee jaar wordt verhoogd. Omdat we ouder worden kan dat, door de stijgende lasten van de AOW door de vergrijzing moet dat. 

Aan de ene kant moeten ouderen langer aan de slag blijven omdat de arbeidsmarkt ze niet kan missen. Demografische voorspellingen laten zien dat het aantal jongeren dat de handen uit de mouwen kan steken sterk afneemt. Dat speelt pas op lange termijn, mede door de economische crisis zit een groot deel van de beroepsbevolking thuis, onder wie veel ouderen.

Voor het kabinet lijkt de andere doelstelling urgenter: een hogere pensioenleeftijd betekent voor de overheid een besparing op de AOW. De minister van Financiën kan dat soort voordeeltjes wel gebruiken, nadat miljarden euro's de staatskas uit zijn gevlogen voor de bestrijding en verzachting van de crisis. 

Kostenstijging
Ook zonder de crisis was het trouwens te verwachten dat de omstreden maatregel wel eens van stal zou worden gehaald. Sinds in 1947 de voorloper van de AOW werd ingevoerd, de Noodwet Ouderdomsvoorziening, zijn kosten van het staatspensioen gestegen van één procent van het bruto binnenlands product (BBP) naar zes procent.

250909_grafiek_uitgaven_394

De afgelopen jaren was er een daling naar rond vijf procent, maar het Centraal Planbureau (CPB) verwacht dat dit onder invloed van de vergrijzing binnenkort weer omslaat in een stijging.

Het CPB heeft berekend dat de verhoging van de uitkeringsleeftijd naar 67 jaar een positief effect heeft op het BBP van 0,7 procent. Dat komt neer op zo'n vier miljard euro. Dat wordt vooral bereikt doordat aan minder ouderen AOW wordt uitgekeerd.  


Langer werken 
Voor een geringer deel wordt het positieve effect bereikt doordat werknemers langer aan de slag blijven. Het CPB schat dat voordeel op ongeveer één miljard euro. Daarbij gaat het rekenbureau er vanuit dat één op de veertien personen besluit om na zijn 65-ste verjaardag door te blijven werken en 70.000 mensen van 55 jaar en ouder extra op de arbeidsmarkt komen. 

Van de opbrengst 'lekt' weer rond één miljard euro weer weg doordat werkloze ouderen langer een beroep doen op voorzieningen als WW en bijstand.

Het zijn in het licht van de overheidstekorten niet meer dan druppels, maar politiek gezien hebben ze een zwaar gewicht omdat de verhoging van de AOW-leeftijd een hoeksteen is uit het pakket crisismaatregelen waar het kabinet eerder dit jaar toe heeft besloten.

Binnenhalen
De Tilburgse econoom Harrie Verbon heeft zijn twijfels over de maatregel en vindt de cijfers van het CPB "tamelijk willekeurig" tot stand gekomen. "Met evenveel gemak kunnen de netto baten van vier miljard omslaan in een nettokostenpost van twee miljard", laat Verbon weten via het discussieforum Me Judice.

Een verlaging van de AOW-leeftijd naar 63 jaar is in zijn ogen zelfs beter. "Elk alternatief voor de verhoging van de AOW-leeftijd moet minstens die vier miljard opbrengen en het CPB bepaalt kennelijk of met een alternatief die vier miljard gehaald wordt of niet. Tot nu toe dus het laatste. Het CPB is daarmee in feite in Nederland het instituut geworden dat bepaalt hoe hoog de AOW-leeftijd zal worden."

Zijn collega Lans Bovenberg, eveneens van de universiteit in Tilburg, is daarentegen één van de grootste pleitbezorgers van het kabinetsbesluit. "Het CPB had eerder al berekend dat we voor het opvangen van de vergrijzing zo'n 2,5 procent van het BBP moeten ophoesten. Dat is nu minstens vijf procent. Nou, een derde daarvan kun je binnenhalen door het verhogen van de AOW-leeftijd.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio