In Californië is een jongen van 11 jaar overleden nadat hij met zijn moeder in een auto was gestrand in de woestijn van Death Valley.
Ze wilden kamperen in het nationale park in Californië, dat drie keer zo groot is als Noord Holland, maar hun auto liep onderweg vast in het zand. Ze hadden geen wegenkaarten bij zich en hun mobiele telefoon had geen bereik.
Na vier dagen was hun voorraad van 24 flessen water, koeken en broodjes kaas op, waarna de jongen overleed.
Uitdroging
De auto werd een dag later gevonden door een parkwachter die door de familie van de verdwijning op de hoogte was gebracht. Aan sporen in het zand zag hij dat de auto de begaanbare weg had verlaten en door het zand was gaan rijden. Daar was het tot de assen in vast komen te zitten.
Volgens de 28-jarige moeder, die met uitdrogingsverschijnselen is opgenomen in het ziekenhuis, volgde ze de aanwijzingen van haar GPS-systeem. Dat is gruwelijk fout gegaan.
"Dit was een van de meest afgelegen plekken in het park", zegt een politiewoordvoerder. "Hoe zeg daar is terecht gekomen, weet ik echt niet." Het park waarschuwt dat een GPS-systeem geen vervanging is voor echte kaarten, omdat het bereik vaak onvoldoende is.
Onherbergzaam
De woestijn van Death Valley is één van de meest onherbergzame en heetste plekken op aarde. De temperatuur liep er de afgelopen dagen op tot 43 graden Celsius.

»
»
»