Een jaar na de oorlog tussen Rusland en Georgië kunnen tienduizenden mensen die op de vlucht waren geslagen nog steeds niet naar huis. Dat staat in een rapport van Amnesty International.
Tijdens de oorlog zijn naar schatting 130.000 Georgiërs uit de afvallige provincie Zuid-Ossetië gevlucht. Van hen zitten er nog 30.000 in een tijdelijk onderkomen, zegt Amnesty. Daar is vaak geen werk en er ontbreken voorzieningen als scholen en ziekenhuizen.
Georgische vluchtelingen die wel terug naar huis konden, kunnen vaak hun landbouwgrond niet meer gebruiken omdat er explosieven liggen, aldus Amnesty.
Deel deze pagina
»
»
»