Door correspondent Michel MaasHet metershoge spandoek, met daarop al die gezichten van Noordin M. (van Mohammed) Top aan de ingang van Pasuruhan is zwaar overdreven. De man is weg, en komt zeker niet meer terug.
Maar de Indonesische autoriteiten willen laten zien dat ze werk maken van de jacht op deze topterrorist, de man achter de aanslagen op hotels in Jakarta van vorige maand, en bovendien komt morgen de gouverneur van de provincie op bezoek. Dat laatste zal wel de doorslag hebben gegeven. Als de gouverneur op bezoek komt wordt een dorpje opgepoetst, en in het geval van Pasuruhan betekent dat meteen dat het ook zijn imago wil schoonwassen.
Zij voelen zich duidelijk niet op hun gemak met het feit dat die Noordin hier vier jaar heeft gewoond. Allemaal zeggen ze ineens dat ze hem nooit met eigen ogen hebben gezien.
Hoe kan dat? Ik geloof er niets van. Allemaal hebben ze een ander excuus. De buren zeggen dat er zoveel mensen op bezoek kwamen in dat huis, dat ze achteraf niet weten wie precies wie was. Misschien hebben ze hem gezien, maar ze weten het niet. Ze vonden in ieder geval niks verdachts aan de man die ze nooit te zien kregen.
Het dorpshoofd dacht dat hij gewoon ergens in de stad woonde en daar les gaf. En trouwens, hij was vier jaar geleden nog geen dorpshoofd, en onder zijn leiding komt tegenwoordig geen vreemdeling meer het dorp binnen. Hij heeft al drie kerels eruitgetrapt die zich niet bij hem waren komen melden. Die kwamen hier om met de meisjes te vrijen, maar toch
Geen vreemden meer in zijn dorp.
Muur van ontkenningen
Je loopt tegen zo'n muur van ontkenningen en denkt: hoe is het mogelijk? Het huis ligt tussen de andere huizen niet ver van de weg. Van de huizen van de buren kun je bij wijze van spreken nog op de wc naar binnen kijken.
En de vrouw van Noordin heeft de politie verteld dat hij meestal eens in de twee weken langs kwam, al was hij ook één keer zes maanden weggebleven. Hij is er dus zeker tientallen keren geweest. Zij heeft twee kinderen van hem, als bewijs (voor de politie ongetwijfeld twee hoopjes DNA die later nog eens van pas kunnen komen). Maar niemand heeft hem gezien?
De mensen zijn allervriendelijkst, ook in de 'pesantren', het koranschooltje waar Tops schoonvader en vermoedelijke handlanger werkte. Een doodgewoon schooltje met dertien leerlingen, allemaal meisjes, die doodgewone meisjesdingen leren zoals strijken, Engels en Arabisch. En een 'imam' met een lange sik, een wit petje en een grijze jurk, die zich onopvallend uit de voeten maakt als wij zijn kant op lopen.
Waarom? Heeft hij iets te verbergen?
Het is frustrerend. In plaats van een pesantren zoals die beruchte in Solo, waar op alle muren 'jihad' geschreven staat, vind je dit meisjesschooltje dat net van geld uit Koeweit een splinternieuwe kleine moskee heeft gekregen en drie splinternieuwe klasjes. En in plaats van een in zichzelf gekeerd dorp vind je al deze aardige mensen, en het dorpshoofd dat je persoonlijk rondleidt. En in plaats van allerlei mooie details over Noordin M. Top vind je die absolute ontkenning.
Zelfs de jerrycan met materiaal voor bommen, die in de tuin van het huis gevonden is, ontkennen ze. Misschien heeft iemand anders die daar begraven, of wie weet heeft de politie zelf hem daar geplaatst. Alles is mogelijk, natuurlijk.
Alles behalve dat Noordin M. Top hier heeft gewoond? De kinderen redden mij. Naast de metershoge opsporingsposter ligt de lagere school van het dorp. De kinderen hebben pauze en rennen zoals overal in Indonesië op ons af of wij rattenvangers van Hamelen zijn.
Vijf gezichten
Ik vraag ze of ze de man op de foto kennen. "Ja", zeggen ze. Hebben ze hem gezien? "Ja", zeggen ze. Echt waar? Echt waar. Ik vraag ze welk van de vijf gezichten (met en zonder baard, lang haar, kort haar, met moslimpetje en zonder) ze kennen. Allemaal zeggen ze: die daarboven. Zonder baard. Ze kunnen het hebben gefantaseerd, natuurlijk. Er wordt zoveel over hem gepraat, en zijn foto is overal. Maar toch.
Ik spreek met de onderwijzer. Ik vraag hem hoe het kan dat geen van de ouders Noordin M. Top heeft gezien, terwijl alle kinderen zeggen dat zij hem wel hebben gezien. Hij lacht. Ik vraag hem: kinderen zijn spontaan en eerlijk, dus ik denk dat ik die eerder kan geloven dan hun ouders? Hij lacht nog harder: "Precies!" zegt hij. "Je hebt helemaal gelijk."
Ik weet nog steeds niet zeker wat de mensen in Pasuruhan wel of niet hebben gezien. Maar ik heb een idee dat dat meer is dan zij willen toegeven. En dat idee stop je dan in je reportage. Wat kun je anders doen?

»
»
»