In Groot-Brittannië hebben archeologen een massagraf met 51 onthoofde jonge mannen opgegraven. De onderzoekers gaan ervan uit dat het gaat om Vikingen, die in de Middeleeuwen door de plaatselijke bevolking zijn geëxecuteerd. Door koolstofdatering is ontdekt dat de botten tussen 890 en 1030 na Christus zijn begraven.
De put met botten werd bij toeval ontdekt bij het aanleggen van een weg in de buurt van badplaats Weymouth, aan de Kanaalkust. Die plek werd toentertijd regelmatig aangedaan door de Noormannen; Deense veroveraars woonden zelfs lange tijd in nederzettingen in het noorden en oosten van het eiland.
Naakt
Omdat er geen sporen werden aangetroffen van kleren, wapentuig of persoonlijke bezittingen, menen de onderzoekers dat de lichamen naakt in de put werden gegooid. De hoofden van de slachtoffers werden in de nabijheid opgestapeld.
"Alle resten zijn afkomstig van mannen, van voornamelijk tussen de 15 en 25, met enkele ouderen", zegt een van de archeologen. "Dat er meerdere keren met een zwaard op hen ingehakt moet zijn geweest, kun je zien aan sporen op hun ruggegraat, kaken en schedel."
Zeker één dode werd gevonden met zware verwondingen aan zijn hand. Hij zal tevergeefs zijn arm hebben opgeheven om de slag van het zwaard te stuiten.
Groeve
Ondanks de afwezigheid van kleding vermoeden de wetenschappers dat het om Vikingen gaat, vanwege de plek waarop ze begraven werden: boven op een heuvel, bij een belangrijke weg. "Dit soort plekken werd vaker gebruikt voor executies van criminelen, maar vanwege de methode en de grote groep doden, denken we niet dat het hier om gewone misdadigers gaat."
Omdat voor de begrafenis een al bestaande groeve werd gebruikt, denken archeologen dat de plaatselijke bevolking achter het bloedbad zat. "De Vikingen hebben misschien hun schip verlaten, zijn het land opgegaan en zijn toen zwaarbewapende Britten tegengekomen."
Deel deze pagina

»
»
»