Door Jef van Gool / literatuurplein.nl
Sinds Neil Armstrong zijn eerste voetstap zette op de maan zijn maanreizen erg populair als onderwerp in science fiction, maar wie denkt dat dit soort verhalen uitsluitend na zijn 'kleine stap' opgetekend werden, heeft het mis. Maanreizen waren al eeuwen voor de vlucht van Apollo 11 een populair onderwerp voor schrijvers van fictie.
De oudste op schrift gestelde imaginaire reizen naar de maan dateren al uit de oudheid. Zo fantaseerde de Griekse schrijver Antonius Diogenes in de eerste eeuw na Chr. over de wonderlijke zaken "voorbij Thule". Hij liet een paar reizigers, zonder dat ze weten hoe, op de maan terechtkomen.
Oorlog met de zon
Veel bekender zijn de satirische reizen naar de maan die Lucianus van Samosata een eeuw later optekende in De waarachtige Historiën en Icaromenippus. Daarin wordt een schip door waterhozen en de wind naar de maan gevoerd en die blijkt zowaar bewoond te zijn.
De koning van de maan is zelfs gewikkeld in een hevige oorlog met de koning van de zon. Als volgelingen van de zon een dubbele muur bouwen tussen zon en maan, geeft de maankoning zich over. De bezoekers van de aarde trekken dan verder de ruimte in.
Groot succes
In de Renaissance werden de geschriften van Lucianus opnieuw ontdekt. Aan het einde van de 15de en gedurende de hele 16de eeuw verschenen Griekse en Latijnse edities van de werken met zijn fantasieën over reizen naar de maan.
Francis Hickes die in 1634 beide boeken in het Engels vertaalde, had daarmee een groot succes, blijkbaar ook bij schrijvers. Er wordt beweerd dat de verhalen van Lucianus onder meer Rabelais zou hebben geïnspireerd tot Voyages de Pantagruel, Cyrano de Bergerac tot Etats et Empires de la Lune en Jonathan Swift tot Gulliver's Travels.
Utopische reuzengemeenschap
Onder het pseudoniem Domingo Gonsales publiceerde de Engelse bisschop Francis Godwin later in 1638 The Man in the Moone. Door een span getrainde zwanen naar de maan gebracht, ontdekt Gonsales daar een utopische gemeenschap van reuzen.
Zij leven daar in vrede met elkaar, omdat elke baby in wie een mogelijke latere onruststoker wordt gezien, meteen naar de aarde wordt getransporteerd.
Vrolijk
Voor de zeventiende-eeuwse SF-schrijver avant la lettre Cyrano de Bergerac, waarop de toneelschrijver Edmond Rostand zijn gelijknamige toneelstuk baseerde, was het reizen naar de maan geen grote opgave. Zijn held bond flessen met dauw rond het lijf en werd zo naar de maan getrokken.
In 1657 (twee jaar na zijn dood) verscheen zijn Histoire Comique Contenant les Etats et Empires de la Lune, dat vijf jaar later werd gevolgd door Histoire Comique des Etats et Empires du Soleil.
Het eerste van die twee verhalen werd door Brian Aldiss in zijn geschiedenis van de SF Het lichtjarenfeest getypeerd als de vrolijkste van alle boeken over een maanreis. Cyrano strooide met de meest onwaarschijnlijke verklaringen voor de fenomenen die hij ten tonele voerde.
Het aantal boeken over reizen naar de maan nam na midden 17de eeuw een hoge vlucht. In de 18de eeuw waren het er niet minder dan 125, zoals Philip Babcock Gove vaststelde in The Imaginary Voyage in Prose Fiction (1941). Ook Edgar Allan Poe waagde zich eraan in één van zijn minder bekende verhalen: het uit juni 1835 daterende Hans Pfaall, een satirisch relaas van een reis naar de maan.
Verne's Kanon
Tot de bekendste maanreisverhalen behoort uiteraard De la Terre à la Lune (1865) van Jules Verne, dat vijf jaar later werd gevolgd door Autour de la Lune. Zijn idee om een ruimteschip af te vuren met een enorm kanon (overigens onderbouwd met allerlei berekeningen en technische details) was een flinke stap vooruit in vergelijking met de eerdere speculaties.
Een andere beroemde classic is The First Men in the Moon (1901) van H.G. Wells, die in dat boek uitvoerig uitweidde over de fictieve cultuur en samenleving van de oorspronkelijke maanbewoners, de Selenieten.
Maan in opstand
Uiteraard zijn er ook na de eerste voetstap van Neil Armstrong talloze romans en verhalen geschreven waarin de maan het reisdoel is. Zo schreef Ernest Taves in Luna (1973) over de vele onvoorziene problemen waarmee een eerste permanente kolonie te kampen heeft.
Van 1966 dateert De maan in opstand van Robert A. Heinlein, waarin de maan al drie miljoen inwoners telt, voor het grootste deel ex-veroordeelden die graan moeten produceren voor de aarde. Tot ze voor de eigen onafhankelijkheid gaan strijden.
Ruimte-odyssee
Een auteur die ook enkele romans situeerde op de maan, was Arthur C. Clarke. Zo gaat het in Scheepsramp op de maan om een grote reddingsactie, terwijl in Aardlicht zelfs een oorlog op de maan wordt uitgevochten.
Zijn bekendste werk over de maan is het verhaal The Sentinel, voor het eerst gepubliceerd in 1951, dat door Stanley Kubrick werd verfilmd als 2001: a Space Odyssey. Het basisidee van The Sentinel is dat buitenaardsen de maan gebruiken om de aarde te observeren.
Deel deze pagina
»
»
»