Door literair redacteur Jef van Gool
In Amsterdam is de dichter en schrijver Simon Vinkenoog overleden aan een hersenbloeding. Hij was 80 jaar.
"Ik leef als het ware buiten de tijd, in een hier en nu, dat bestaat uit het verwerven van allerlei vaardigheden die ik tot nu toe niet besefte." Dat schreef Simon Vinkenoog dinsdag nog op zijn weblog, vanuit het Revalidatiecentrum Amsterdam aan de Overtoom. Hij was daar opgenomen nadat een maand geleden zijn rechterbeen onder de knie was geamputeerd vanwege een vaatontsteking. Zo'n 'transtibiale' amputatie was vanwege de ondraaglijke pijn in zijn rechtervoet onvermijdelijk geworden.
Ook na die amputatie was had Vinkenoog de moed er in gehouden. Al achtte de vaatchirurg iemand van zijn leeftijd niet meer in staat tot revalidatie met een kunstbeen, hij was vastbesloten weer te leren lopen met zo'n prothese. Op 18 juli hoopte hij met zijn geliefde Edith Ringnalda en enkele uitverkoren vrienden en verwanten zijn 81ste verjaardag te kunnen vieren in het tuinpark.
Het heeft niet zo mogen zijn. Na een hersenbloeding was hij vrijdagavond in het VU-Ziekenhuis in Amsterdam opgenomen. Hij is niet meer ontwaakt uit een coma en is in de nacht van zaterdag op zondag overleden.
Jongste bediende
Simon Vinkenoog was in 1928 geboren in Amsterdam, waar hij ongebruikelijk veel lagere scholen heeft bezocht. Zijn moeder, aan wie de toen zesjarige Simon na de scheiding van zijn ouders was toegewezen, verhuisde telkens weer. Overal was hij het 'piespaaltje' van iedereen.
In 1944 maakt hij de vierjarige mulo af en ging als jongste bediende werken bij uitgeverij Querido. Op zijn achttiende trouwde hij (het eerste van zes huwelijken), maar langer dan een half jaar hield hij het niet vol. In september 1948 vertrok hij met zijn tweede vrouw naar Parijs. Het eerste jaar daar verdiende hij wat geld door te poseren voor Zadkine en andere beeldhouwers en schilders.
Blurb
In Parijs begon hij aan de uitbouw van zijn schrijverschap. Aanvankelijk zat hij vrij geïsoleerd in Parijs, maar nadat hij er Rudy Kousbroek en Remco Campert, die toen het blaadje Braak uitgaven, en ook Hans Andreus had uitgenodigd, werd hij zelfs min of meer de spil van een groepje kunstenaars.
In april 1950 bracht hij het eerste nummer uit van het eenmansblaadje Blurb, waarvan in totaal acht nummers verschenen. In 1950 debuteerde hij als dichter met de bundel Wondkoorts.
Op verzoek van een uitgever stelde hij in 1951 Atonaal samen, een bloemlezing met werk van experimentele dichters die als de Vijftigers te boek staan.
Bekijk een gesprek met Simon Vinkenoog en zijn vrouw naar aanleiding van zijn tachtigste verjaardag vorig jaar, de opnamen ziin gemaakt in het volkstuinencomplex waar Vinkenoog deels woonde:
'Alle mogelijkheden en moeilijkheden' van zijn jaren in Parijs schreef hij in 1955 van zich af in Zolang te water dat hij later een 'schaamteloos boek' heeft genoemd. De roman is associatief geschreven. Die vrije manier van schrijven hing samen met een vrije manier van leven en van muziek maken, de jamsessions, en ook van schilderen, de action-painting.
Zijn tweede roman, Wij helden (1957), is heel wat traditioneler van opzet. Daarin heeft hij twee levens vervlochten, dat van een vrouw die als hoer terechtkomt in Zuid-Amerika, en van een ik-figuur met autobiografische trekken. Voor de Unesco had hij ook zelf in Montevideo gewerkt.
Wietambassadeur
In 1956 keerde hij uit Parijs terug naar Amsterdam, waar het hem zeer moeilijk viel zich weer aan te passen. Hij werd medewerker van de Haagse Post en maakte daarnaast ook een aantal tv-documentaires.
Zijn 'Amsterdamse leerjaren' heeft hij in 1962 beschreven in Hoogseizoen. De marihuanascene op het Leidseplein staat daarin centraal. Vinkenoog zou nog tot op hoge leeftijd 'wietambassadeur' blijven en open praten over zijn drugsgebruik.
In het kader van een medisch experiment in het Wilhelminagasthuis maakte hij in 1959 voor het eerst kennis met LSD. "Daar heb ik de sleutel gekregen tot de enorm grote wereld die achter de psychedelica ligt waarbij alles deel uit gaat maken van je eigen structuur."
Ommekeer
Eind 1961 nam hij afscheid van zijn bestaan als loonslaaf en werd hij full-timeschrijver. In april 1965 kwam Liefde uit, een dagboek dat hij zeventig dagen lang (van 26 februari tot 4 mei 1964) had bijgehouden. Het boek betekende een totale ommekeer in zijn werk: gevoelens van eenzaamheid, angst, vervreemding, machteloosheid maken plaats voor de vreugde en het verlangen naar een allesomvattende liefde.
Ook met de uitgave van Eerste gedichten 1949-1964 sloot hij bewust een periode af. In de jaren die volgden, werd hij vooral bekend door activiteiten die buiten de literatuur vielen. Zo was hij promotor van velerlei avantgardistische stromingen.
Vinkenoog verzameld
Simon Vinkenoog is altijd een bevlogen promotor geweest van de poëzie en in het bijzonder van het voordragen ervan. Over zijn belevenissen op dat vlak schreef hij in Goede raad is vuur (2004), een bundel met een aantal persoonlijke beschouwingen over hedendaagse gedichten. Door de miskenning van zijn eigen werk vanuit de literaire hoek heeft hij zich niet uit het veld laten slaan.
Steeds is hij zijn 'eigen vreemde baan' door de literatuur blijven schuiven. Zo werd hij op zijn 75ste nog een jaar lang Dichter des Vaderlands. Vorig jaar kwam bij Nijgh & Van Ditmar zijn verzamelde poëzie uit, Vinkenoog verzameld, bij elkaar meer dan 1200 pagina's.
Deel deze pagina

»
»
»