'Air France-toestel was voor de crash intact'

Het vliegtuig van Air France dat vorige maand verongelukte, is niet in tweeën gebroken of geëxplodeerd in de lucht. Dat zegt het Franse bureau dat de crash onderzoekt.

"Het vliegtuig maakte een vrije val... zo het water in, heel, heel snel", aldus onderzoeker Alain Bouillard. 

Op basis van gevonden resten van de Airbus-330 konden de onderzoekers vaststellen dat het toestel horizontaal, dus plat, op de oppervlakte van de Atlantische Oceaan terechtkwam. "Daardoor werd alles en iedereen tegen het plafond van het vliegtuig geduwd." De 228 passagiers zouden geen schijn van kans hebben gehad.

Volgens Bouillard vloog het toestel ten tijde van de crash niet op de automatische piloot. Dat zou zijn gekomen doordat de automatische piloot geen informatie over snelheid, hoogte of weersomstandigheden doorkreeg.

Zwarte dozen
Hoe het ongeluk heeft kunnen gebeuren, is nog altijd niet duidelijk. Het lijkt erop dat alleen de zwarte dozen daarover uitsluitsel kunnen geven, maar die zijn nog niet gevonden. "Normaal gesproken blijven ze gedurende 30 dagen signalen uitzenden", vertelt Bouillard. "Maar we blijven nog 10 dagen doorzoeken."

Vlucht 447 stortte op 1 juni neer in stormachtig weer, op weg van Rio de Janeiro naar vliegveld Charles de Gaulle in Parijs.

De Braziliaanse reddingswerkers staakten de zoektocht naar de passagiers op 27 juni. Er waren toen 51 lichamen geborgen. Waarschijnlijk ligt het wrak op een diepte van zo'n 4,5 kilometer.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio