Israëlische onderzoekers hebben een steengroeve uit de tijd van Jezus ontdekt op de Westelijke Jordaanoever, vier kilometer ten noorden van de Palestijnse stad Jericho.
De 2000 jaar oude steengroeve is met een omvang van 4000 vierkante meter de grootste groeve die tot nog toe gevonden is in het Heilige Land.
In het uitgehakte gewelf zijn meerdere symbolen gegraveerd, zoals kruizen, Romeinse lettertekens, een embleem van het Romeinse leger en een beeltenis van een teken uit de dierenriem.
Heilige stenen
Mede vanwege de inscripties denken de onderzoekers van de Universiteit van Haïfa dat het om een heilige steengroeve gaat. In de tijd van de Romeinen mochten tempels alleen worden gebouwd met stenen die uit heilige plaatsen afkomstig waren.
De groeve is waarschijnlijk 400 tot 500 jaar lang in gebruik geweest. Het zou deel hebben uitgemaakt van een antiek klooster in de plaats Galgala, die aangestipt staat op een antieke kaart van het Heilig Land, bekend als de Madaba-kaart.
Het onderaardse gewelf wordt door een twintigtal uitgehakte stenen zuilen gedragen. In de zuilen zijn ook nissen gevonden, die mogelijk voor olielampen hebben gediend en uitsteeksels waaraan vermoedelijk lastdieren werden vastgebonden.
Vervloekt
Volgens de archeoloog die de opgraving leidde, professor Adam Zertal, waren de onderzoekers door bedoeïenen gewaarschuwd dat de plek waar de groeve ligt vervloekt is. Bovendien zouden er veel gevaarlijke hyena's en wolven ronddwalen.
Zertal laat echter weten dat zijn archeologische team zowel van de vloek als van de gevaarlijke dieren tot nu toe nog geen last heeft ondervonden.

»