De Iraanse regering gebruikt Westerse technologie om dissidenten op internet in de gaten te houden en op te sporen. Dat schrijft The Wall Street Journal vandaag.
Iran heeft met de hulp van Europese telecombedrijven een systeem ontwikkeld om internet te censureren. De regering gebruikt de methode nu niet alleen om internetverkeer te blokkeren, maar ook om het in de gaten te houden. Zo kan het regime informatie verzamelen over de internetgebruikers.
Veel Iraniërs maken via internet hun onvrede bekend over de officiële uitslag van de verkiezingen. Daarbij worden zij echter scherp in de gaten gehouden door de overheid, die nu ook individuele internetters kan opsporen.
Tracking
De krant publiceerde gegevens die een samenwerkingsverband tussen de universiteiten van Harvard, Cambridge, Oxford en Toronto achterhaalde. Volgens dit OpenNet Initiative heeft het Duits-Finse bedrijf Nokia Siemens Networks een geavanceerd internettracking systeem verkocht aan Iran.
Het bedrijf verkocht de software met het doel om zaken als terroristische activiteiten en kinderporno op internet op te sporen. Het systeem werd door de Iraanse telecommaatschappij, een staatsbedrijf, geïnstalleerd op het telecomnetwerk en monitort nu alle internetactiviteiten in het land.
"We wisten niet dat ze zo veel konden doen", vertelt een Iraanse technicus aan The Wall Street Journal. "Nu weten we dat ze heel veel complexe dingen kunnen op het gebied van opsporing via internet."
Scannen
Met de nieuwe technologie kan de regering de onderliggende lagen van websites als Facebook en Twitter scannen om achter de identiteit van de gebruikers te komen. Volgens The Wall Street Journal verklaart dat ook waarom de regering de internetactiviteit toelaat; als internetters actief blijven, hebben zij meer tijd om hen op te sporen.
Iran probeert de levendige internet- en blogcultuur in het land al jaren de kop in te drukken. De overheid heeft de laatste jaren al meer dan vijf miljoen websites geblokkeerd.

»