Aanbieders van aandelenlease-producten hebben hun klanten niet goed genoeg gewaarschuwd voor de risico's. Dat heeft de Hoge Raad bepaald.
Omdat de banken niet goed genoeg hebben onderzocht wat de financiële positie van hun klanten was, moeten zij een deel van de restschuld voor rekening nemen. Bij mensen die bij het afsluiten van het aandelenleaseproduct de betalingsverplichtingen al niet aankonden, moeten de banken ook de rente en aflossing meebetalen.
Daarmee lijkt uit het einde van de langslepende aandelenlease-affaire in zicht.
Verleid
Banken en verzekeraars wisten tien jaar geleden met op het eerste gezicht aantrekkelijke producten als Winstverdriedubbelaar en Sprintplan honderdduizenden mensen te verleiden in de effectenlease te stappen. Oftewel: het kopen van aandelen met geleend geld.
Doordat de koersen gingen dalen, bleven veel mensen met hoge schulden achter.
Volgens de gedupeerden zijn zij niet goed genoeg op de risico's gewezen. Zij wezen een compromisvoorstel van de banken, de Duisenbergregeling, van de hand.
De Hoge Raad stelt hen nu in het gelijk.
Wachten
Volgens de Hoge Raad onderzochten de aanbieders Dexia, Levob en Aegon onvoldoende de financiële draagkracht van hun klanten.
Ze zijn daarmee tekortgeschoten in hun 'bijzondere zorgplicht'.
Op dit moment zijn bij de rechtbanken in Amsterdam en Rotterdam alle rechtszaken rond aandelenlease-constructies aangehouden. De rechters wilden wachten op het advies van de Hoge Raad dat er nu ligt.

»
»
»