Door redacteur Lambert Teuwissen
"Het is geen Anne Frank, het is geen Etty Hillesum", geeft Wally de Lang onmiddellijk toe over het dagboek van Gabriel Italie, dat zij bezorgde. "De schrijfstijl van de man is een beetje speciaal. Het is in zekere zin droog tot een bepaalde periode."
Toch is ze zeer enthousiast over het boek. Ten eerste wist Italie voortdurend zijn dagboek bij te houden, ook na deportatie naar Westerbork en later zelfs Theresienstadt. Hoe Italie het voor elkaar gekregen heeft zijn dagboek te behouden na twee deportaties, is niet bekend. "Daar zijn allerlei controles onderweg en je moest je spullen afgeven. Niemand weet hoe hij dat heeft klaargespeeld."
Ten tweede bestrijkt het dagboek ook de jaren voor en na de oorlog. "In de meeste gevallen is het zo dat de dagboeken gaan over een paar maanden of één, twee jaar, want de mensen gingen naar de kampen en verdwenen daar en met hen ook hun dagboeken."
Zoon kwijt
Italie schrijft over een groep joden die in de Tweede Wereldoorlog bijna volledig verdween uit Nederland. "Hij was een orthodoxe jood en Italie schrijft in zijn dagboek heel veel over zijn geloofsbeleving. Je krijgt een heel goed inzicht in het orthodoxe leven van een intellectueel gezin in de veertiger jaren. Dat is in geen enkel ander Nederlands dagboek tot nu toe zo beschreven."
Het strenge geloof maakte Italie extra kwetsbaar in de oorlog. "Zijn zoon Ralph wordt 14, 15 in die kampen. Hij krijgt een baantje als ordonnans en komt met andere mensen in contact. Hij gaat zich steeds minder gedragen volgens de regels van het geloof. Zijn vader is daar heel treurig over. Er was al een zoon opgepakt, zijn dochter krijgt ernstige kinderverlamming en dan nog een zoon die van zijn geloof afvalt."
Leven oppaken
Na de oorlog gaf Italie gehoor aan de beroemde oproep van Loe de Jong om 'egodocumenten' in te leveren bij het RIOD. In het archief ontdekt De Lang het dagboek. "Het dagboek loopt van 1935 tot 1951. Dat betekent dat je leest hoe hij zich daarvoor heeft gedragen, hoe hij schreef en hoe hij het aan zag komen, maar ook de periode na de oorlog. Je kunt lezen hoe hij het naoorlogse leven weer oppakt: een huis zoeken, financiën regelen, de oude baan terug en hoe hij geconfronteerd wordt met mensen die dood zijn."
Zo wil Italie er maar langzaam aan dat zijn oudste zoon Paul nooit meer thuis zal komen. "Hij blijft nog maandenlang brieven schrijven aan zijn zoon, maar krijgt uiteraard nooit iets terug. Ik heb een brief uit augustus 1945 gevonden, waarin hij zegt: 'Ik heb al die tijd niets meer van hem vernomen, ik geloof dat ik me geen illusies moet maken over zijn lot'".
Zwaarmoedig
En die droge schrijfstijl? Het is de moeite waard daar even doorheen te bijten, meent De Lang. "Het is zonder sentimentaliteit, maar op een gegeven moment gaat die man zoveel meemaken in zijn leven dat je toch ook, zeker tussen de regels door, merkt hoe wanhopig deze man is."
"Dat grijpt je als lezer al heel snel naar de keel, als je leest dat hij na drie maanden ook nog schrijft 'Nou, de oorlog gaat goed, het zal wel snel over zijn'. Dan denk je 'Oh mijn god, je moest eens weten wat er allemaal nog gaat komen.'"
Italie overleed uiteindelijk in 1956. Zestig jaar oud, een gebroken man. De Lang weet het zeker: "Hij is van verdriet gestorven."
"Hij was ook echt heel zwaarmoedig, of wat we tegenwoordig depressief noemen. Het heeft hem enorm aangegrepen. Hij zegt ook in een brief: "Tot het eind van mijn dagen zal ik nergens troost kunnen vinden."
Het oorlogsdagboek van Dr. G. Italie: Den Haag, Barneveld, Westerbork, Theresienstadt, Den Haag, 1940-1945, Wally M. de Lang, Contact, ISBN: 9789025427917, € 49,95

»
»
»