150.000 scholieren, zo'n tien procent van alle leerlingen in het basisonderwijs, hebben extra aandacht nodig, maar krijgen deze onvoldoende. Dat stelt de Inspectie van het Onderwijs in haar jaarverslag. De helft van deze leerlingen zit op een gewone basisschool, de andere helft op een school voor speciaal onderwijs.
In het voortgezet onderwijs krijgen 170.000 scholieren niet de extra aandacht die ze nodig hebben, zeventien procent van alle leerlingen. Ook hier blijkt er weinig onderscheid tussen een gewone middelbare school en speciaal voortgezet onderwijs.
Door het gebrek aan attentie ontstaan onnodige achterstanden of worden achterstanden niet weggewerkt. Deze zogenaamde zorgleerlingen zijn leerlingen die door gedrag, leercapaciteit of thuissituatie extra aandacht nodig hebben.
Geen plannen
Scholen zijn wel steeds beter in staat om leerlingen met problemen te signaleren, maar doen er te weinig mee. De helft van de scholen stemt lessen niet goed af op het niveau van de leerlingen. Ook maken veel scholen geen plan voor leerlingen die extra zorg nodig hebben.
Bovendien kan tweederde van de scholen niet goed aantonen hoe leerlingen met een speciaal programma zich ontwikkelen.
Diploma's onbetrouwbaar
De Inspectie concludeert verder dat de betrouwbaarheid van diploma's gevaar loopt. Op vijftien procent van de scholen in het voortgezet onderwijs is het verschil tussen het schoolexamen en het centraal examen meer dan een half punt.
Bij de beroepsgerichte leerweg op het vmbo houdt zich slechts vier procent van de examinatoren zich aan de regels. Examinatoren helpen leerlingen bijvoorbeeld tijdens het examen.
Deel deze pagina
»