Tien van de negentien grootste Amerikaanse banken zijn niet door de stresstest gekomen. Bij elkaar hebben ze nog eens 75 miljard dollar nodig om een verdere economische achteruitgang te kunnen opvangen.
Het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de Fed, onderzocht de weerbaarheid van de banken. Zoals al eerder bekend werd, heeft Bank of America het meeste geld nodig: 34 miljard dollar.
Wells Fargo volgt op de tweede plaats met een bedrag van veertien miljard. GMAC heeft volgens de Fed 11,5 miljard dollar nodig, bij Citigroup gaat het om 5,5 miljard dollar.
Op zoek
De tien banken waarom het gaat, krijgen tot 8 juni de tijd om een plan voor het aanvullen van de reserves aan de toezichthouders voor te leggen. Ze moeten zelf op zoek naar nieuwe financiers. Als dat niet lukt, kunnen ze aankloppen bij de overheid.
Onder de instellingen die het zonder extra kapitaal redden zijn American Express, Goldman Sachs en JPMorgan.
Vertrouwen
Bedoeling van de autoriteiten was dat het onderzoek bijdraagt aan een terugkeer van vertrouwen in de banken. "De stresstest heeft geleid tot een ongekend niveau van transparantie en daarmee tot zekerheid", zei minister van Financiën Timothy Geithner.
Anderen in de VS vinden dat, door het naar buiten brengen van de financiële positie van de afzonderlijke instellingen, de kwetsbaarheid groter is geworden. Dat zou er toe kunnen leiden dat spaarders hun geld weghalen bij banken die niet zo goed uit de test zijn gekomen.
Beurzen
Beleggers lijken in eerste instantie positief op de stresstest te reageren. De afgelopen dagen, toen al veel was uitgelekt, werden flinke koerswinsten gemaakt. Vooral bankaandelen zaten in de lift.
Gisteravond, vlak voor de officiële publicatie, sloot de Dow-Jonesindex in New York ruim één procent in de min. In Tokio eindigde de Nikkei-index vanochtend een half procent hoger, omdat beleggers blij waren met de resultaten van de stresstest.
Zie ook: Spanning in VS rond stress banken.

video
video
»
»
»