Een historische dag in Spaans Baskenland: voor het eerst in de geschiedenis wordt een niet-nationalistische politicus benoemd tot president van de autonome regio.
De 49-jarige PSE-voorman Patxi López staat voor een lastige taak. Hij moet zowel de nationalisten als zijn eigen socialistische achterban tevreden stellen.
Dodenlijst
Met zijn aanstelling wordt López de best bewaakte man van heel Baskenland. Hij staat bovenaan de dodenlijst van de terreurgroep ETA. "Maar ik ben niet bang", zegt López. "Nooit geweest ook. Angst verlamt je alleen maar."
López is gehaat bij de nationalistische Basken, vooral bij ETA-leden. Hij wil de uitkeringen aan families van gevangen ETA-terroristen afschaffen.
Beluister de reportage van correspondent Rop Zoutberg
De benoeming van López is een gevoelige nederlaag voor de nationalisten van de PNV. Sinds de installatie van de volksvertegenwoordiging in Baskenland in 1980 had die partij de post van regionaal president steevast in handen.
Oppositie
Na de verkiezingen van 1 maart bleek de PNV nog altijd de grootste partij (30 van de 75 zetels), maar verloor wel terrein ten opzichte van de oppositie.
De PSE, de centrumrechtse Volkspartij (PP) en de kleine UPyD-partij sloegen de handen ineen en kwamen samen op 39 zetels. Dat was genoeg om PNV-president Juan José Ibaretxe uit zijn ambt te zetten en te vervangen door López.

»
»