Door redacteur Lambert Teuwissen"Een baby van ongeveer anderhalf zit op een kussen in de Karmelickastraat. Het zit er stilletjes, mannen en vrouwen lopen er voorbij zonder aandacht te schenken aan de jongste bedelaar van het getto. Een klein bedelaarstertje met een stuk gedroogde vis in haar hand loopt er naartoe, deelt de vis en stopt een stuk in de mond van de baby. Gretig kauwt de baby de vis." Een fragment uit het geheime, illegale archief van het joodse getto in Warschau, waarover deze maand het boek Wie schrijft onze geschiedenis? van Samuel Kassow in vertaling verschijnt. Vanaf 1942 verzamelden zo'n zestig medewerkers onder leiding van historicus Emmanuel Ringelblum alles over het dagelijks leven daar. Begraven in melkbussen, om na de oorlog weer opgegraven te worden. Hun toekomst konden de Duitsers hen dan afnemen, het verleden zou niet worden uitgewist. "Ik was gefascineerd door hoe Ringelblum dit enorme project volledig in het geheim heeft weten op te zetten", zegt Kassow. "Het is een voorbeeld van hoe je verzet kan plegen met pen en papier."
Harde woorden
Het archief geeft een ongekend helder beeld van het getto. Affiches van theatervoorstellingen en deportaties. Snoeppapiertjes en beschrijvingen van de gaarkeukens. Statistische gegevens en persoonlijke verhalen. Zelfs poëzie werd verzameld: Was ze goed?
Niet echt.
Ze maakte vaak ruzie,
Dan sloeg ze deuren,
en schold,
Maar: ze was.
"Dit archief herinnert ons dat dit echte mensen waren, met hoop, ruzie en angsten. Het geeft hen hun menselijkheid terug. Ik was het aan hen verplicht om hen terug te halen." Ringelblum deed er alles aan om zo objectief mogelijk te zijn. Hij verbood generalisaties als dat alle Duitsers kwaadaardig zouden zijn en had harde woorden voor joodse lotgenoten die opportunistisch of laf waren.
"Zelfs aan het eind, als hij al ondergedoken zit, vergelijkt Ringelblum het met een rabbijn die de Thora kopieert. Zijn eigen gevoelens mogen het werk niet beïnvloeden."
Hoop
Het gettoarchief voegt volgens Kassow iets wezenlijks toe aan de talloze Holocauststudies en autobiografieën die na de oorlog verschenen.
"Als overlevende weet je wat er gebeurd is, hoe het afliep", legt Kassow uit. "Je verhaal zal gaan over hoe je het overleefd hebt, hoe de moorden plaatsvonden of hoe de joden misleid werden. Het getto is dan slechts het voorportaal van de dodenkampen. De uniciteit van het getto wordt snel uit het oog verloren."
"Neem het verhaal dat een medewerker van het archief schreef, voordat ze later werd vergast in Treblinka. Haar verhaal was vol optimisme over de rol van de joodse vrouw. Ze waren zo actief geworden in het sociale leven, dat ze na de oorlog nooit meer terug naar het aanrecht gestuurd zouden kunnen worden."
"Stel je voor dat ze het overleefd zou hebben en in de jaren 60 of 70 haar autobiografie zou hebben geschreven. Ze zou ongetwijfeld hebben vergeten dat ze ooit deze hoop had gekoesterd."
Kinderen
Hoop dus misschien, maar toch vooral veel dood in de pagina's van het boek. Honger, willekeurige executies, deportaties. Van de zestig medewerkers overleefden er slechts drie de oorlog. Ringelblum zelf werd samen met vrouw en zoontje geëxecuteerd in het getto.
Het ging Kassow niet in de koude kleren zitten. "Het was een bijzonder deprimerend werk om te schrijven, maar Ringelblum zou het zo gewild hebben", stelt Kassow. "Hij deed het zelf ook. Toen hij ontsnapte uit een concentratiekamp, liet hij zich meteen interviewen, honderd pagina's. Hij zag het als zijn verplichting."
Kassow antwoordt stellig op de vraag wat hem persoonlijk het meeste raakte in het enorme archief: "De kinderen. In juni 1942 schreven zij een schoolopdracht over wat hun ideeën waren voor na de oorlog. Natuurlijk wisten zij toen nog niet wat wij nu wel weten: dat geen van hen het zou halen."
Samuel Kassow - Who will write our history?: Rediscovering a Hidden Archive from the Warsaw Ghetto. Penguin - ISBN 9780141039688 - 17,65 euro. De vertaling verschijnt bij Uitgeverij Balans.
Deel deze pagina
»
»
»