Gruwelvilla Groningen uit as herrezen

Door verslaggever Pauline Broekema

Het Scholtenhuis, het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst (SD)  in de schaduw van de Martinitoren aan de Grote Markt in Groningen, is voor veel noorderlingen nog altijd een plaats die ze liever mijden. Hoewel bij de bevrijding met de grond gelijkgemaakt - nu staat er de studentensociëteit - bleef het een zwarte plek uit de geschiedenis van het noorden.

Vanaf vandaag is dat enorme Scholtenhuis weer van binnen te zien. En is het eerste deel van de bloedige geschiedenis van het pand beschreven, door Monique Brinks, directeur van de Stichting Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen (OVCG).

De Stichting maakte bovendien aan de hand van getuigenverklaringen, bouwtekeningen, de schaarse interieurfoto's van het pand en naoorlogse processtukken een nauwgezette digitale reconstructie.

De bezoeker kan een indrukwekkende en huiveringwekkende tocht maken door het kolossale pand. Waar op zolder gevangenen vaak weken eenzaam opgesloten zaten. Vanwaar verzetsstrijder Casper Naber de dood verkoos door uit het zolderraam te springen, bang dat hij bij de gruwelijke verhoren zou doorslaan.

In de werkkamers van de kopstukken werden mensen uit het verzet aan de tand gevoeld. Werd beslist over het lot van gevangenen en werden represaille-acties opgezet.

Schrikbewind
De enorme stadsvilla was genoemd naar zijn stichter, de industrieel Willem Albert Scholten. Al in de eerste oorlogsmaand vorderden de Duitsers het pand en brachten daarin onder de Aussenstelle Groningen, de regionale afdeling van de Duitse geheime politie, de Sicherheitsdienst. De Aussenstelle had onder zich de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel.

In de loop van de oorlog, en met name in de laatste bezettingsjaren, werd vanuit het Scholtenhuis een schrikbewind gevoerd die uitgroeide tot de belichaming van het kwaad.

OVCG-directeur Monique Brinks die na het eerste deel, dat over de de daden van de SD gaat, nog een tweede deel zal schrijven over de daders en een derde over de naoorlogse berechting, stuitte bij haar onderzoeken over de oorlogsjaren in het Noorden voortdurend op dat pand aan de Grote Markt.

Ze schrijft: "De centrale as die als een negatief vehikel al deze naspeuringen met elkaar verbond, was altijd weer het Scholtenhuis. Het Scholtenhuis bleek steeds opnieuw de plek waar het om draaide: hier zat vader gevangen, hier bracht oma schone kleren naar toe voor haar jongste zoon en smeekte ze voor zijn vrijheid, hier zaten de mannen tegen wie het verzet streed, hier werd gemarteld, hier werd geleden, hier werd beslist over leven en dood."

Silbertannemoorden
De meest bloedige periode uit de geschiedenis van het Scholtenhuis begint in september 1943. Dan wordt door het centrale gezag in Den Haag besloten het Nederlandse verzet te breken met de actie Silbertanne, actie zilverspar.

Voor iedere vermoorde nationaal-socialist minimaal drie anti-Duitse Nederlanders is de regel. Lijsten worden opgesteld, suggesties worden aangedragen door onder meer plaatselijke NSB-leiders. Uitvoerenden zijn SS'ers.

De samenstelling van die lijsten op zich is al intrigerend. Daarbij spelen ook persoonlijke motieven een rol. Wraak, antipathie, een lang gekoesterde wrok, een rekening die eindelijk vereffend kan worden, onbeantwoorde liefdes.

In de gedetailleerde beschrijving door Brinks laat zich een indringend beeld vormen van de moordteams zoals die door het Noorden gingen. Met hun acties reikten ze tot in de Wijk, een dorp bij Zwolle. Stroopten het Noorden af, in hun overvalwagens, de jeneverfles onder de autostoel, de revolver achter de broekriem, de karabijnen voor het grijpen.

Brandstichters zijn het ook, de mannen van de Grote Markt. Menig huis en boerderij gaat in vlammen op. Rovers eveneens, die na een moord het huis van het slachtoffer verlaten, de jaszakken gevuld met geld en sieraden.

Op straat
Brinks beschrijft al die meedogenloze Silbertanne-acties. Slachtoffers worden geraakt in de deuropening van hun huis. Onder het oog van hun vrouw. Er is een moordpartij waarbij de echtgenote, na twaalf jaar huwelijk eindelijk zwanger, voor haar ogen haar man gedood ziet worden en daarna een miskraam krijgt. Mensen worden thuis vermoord of op straat. Op de vlucht neergeschoten heet het dan.

Op oudejaarsdag legt het verzet een kopstuk om: baas van de bijzondere recherche. Om 23.00 uur, een uur voordat het jaar 1944 begint, wordt aangebeld in de Oude Ebbingestraat in Groningen. Bij Bront Bossinga, de directeur van de Nutsspaarbank. Hij zou het verzet financieel steunen. Bossinga wordt meegenomen naar de Grote Markt en op straat gedood met een kogel in de rug en het hoofd.

Een uur later wordt aangebeld bij een andere bewoner van de Oude Ebbingestraat: Freerk Zigterman, eigenaar van een meubelzaak. In de Kreupelstraat krijgt hij een dodelijk schot in het achterhoofd.

Avondje zuipen
In het najaar van 1944 is het voorbij met de Silbertanne-acties. De leiding van de SD vindt die stiekeme acties te schadelijk voor het imago van de dienst. Bovendien is een effectiever middel gevonden. Het Niedermachungsbefehl dat de SD de mogelijkheid biedt om 'saboteurs, terroristen en hun helpers' zonder vorm van proces neer te schieten.

Het luidt een nog geweldadiger periode in.

In het Oost-Groningse Scheemda zet de SD een pand aan de Stationsstraat in brand. De gezochte eigenaar is namelijk niet thuis. Een buurman die bezwaar maakt, krijgt na een waarschuwingsschot de kogel van een SD-chauffeur. Want ook onderknuppels groeien in dit klimaat uit tot moordenaars. Het zijn kerels die na een avondje zuipen bij één van hen thuis, besluiten nog wat te gaan moorden.

Bijbelteksten
De bevrijding is binnen handbereik, maar de terreur wordt vreselijker dan ooit. Hoewel een volgend deel van de serie over het Scholtenhuis over de daders gaat, komen de mannen nu al aan bod. Eén van de beulen is van gereformeerde komaf. Citeert bijbelteksten terwijl hij mishandelt. Georg Haase heeft de leiding, hij geeft zijn ondergeschikten de vrije hand.

Die gaan zo tekeer dat het zelfs in de gevangenis in Scheveningen opvalt als daar een gevangene uit Groningen arriveert. Er wordt de superieuren in Den Haag gevraagd of ze het daar op het Scholtenhuis niet met een tandje minder af kunnen.

Allemaal hebben ze meegedaan, schrijft Brinks, en ze maakt dat onweerlegbaar duidelijk. De gevreesden, zoals Lehnhoff, maar ook de simpele chauffeurs. De kantoorklerken van een verdieping lager die zien hoe de arrestanten binnen worden gebracht. In goede conditie, jonge mannen vaak. En hoe ze veranderen in wrakken.

Dat personeel heeft  last van de verhoren op de burelen van de SD. Niet omdat ze het niet verdragen, maar omdat de kreten van pijn en doodsangst hun storen tijdens het werk. Men klaagt en vraagt of het niet wat zachter kan.

Klikbriefjes
Het Scholtenhuis maakt gebruik van verraad. Klikbriefjes worden bezorgd aan de Grote Markt. Met adressen van schuilplaatsen. Zo'n krabbel van een verongelijkte vrouw, boos, omdat een verzetsgroep haar de verlangde voedselbonnen niet geeft, stort hele gezinnen in de ellende.

Tallozen hebben onnoemelijk geleden in het Scholtenhuis. Monique Brinks beschrijft de beproevingen tot in detail. De martelingen, de vernederingen, de zelfmoord, het verblijf van kinderen op de zolder.

In het zicht van de bevrijding gaat het moorden onverminderd door.

Het Huis van Bewaring in Groningen is de laatste weken voor de bevrijding een stapelplaats voor verzetslieden geworden. De SD wil de sporen wissen en van de getuigen af. Op de laatste pagina's van haar boek beschrijft Brinks de ritten vanuit Groningen naar het Drentse Norg en het Friese Bakkeveen. Een vrachtwagen met tien gevangenen vertrekt naar Bakkeveen. Onderweg lukt het verzetsman Harm Schuringa, handelaar in kunstmest en veevoer, te ontkomen.

Hendrik Werkman
De nacht daarop vertrekt de SD nogmaals met dezelfde mannen. De opengevallen plaats is ingenomen door kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman. Ze worden vermoord in Bakkeveen, bij een weiland aan een bosrand. De SD 'ers doen vervolgens een café aan, bestellen brood met gebakken eieren. En vertellen op jacht te zijn geweest maar niets te hebben geschoten. Vanwege de mist. 

Dan is het 10 april 1945. Drie dagen later begint de bevrijding van Groningen.

Bij zware gevechten gaat de halve binnenstad in vlammen op. Ook het Scholtenhuis wordt in de as gelegd. En daarmee lijkt de SD in de opzet geslaagd de sporen te wissen. 

65 jaar later wordt duidelijk dat het niet is gelukt. Er is een verslag van de daden. En het hoofdkwartier zelf is, zij het digitaal, uit de as herrezen.

Deel deze pagina

Nieuws

Video Gerelateerde video

  • video Reconstructie van het Scholtenhuis op internet Op www.scholtenhuis.nl is een reconstructie te vinden van het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst (SD) aan... de Grote Markt in Groningen, waar verzetsstrijders gevangen zaten.
  • video Nazi-parade op de Grote Markt in Groningen De Oostenrijkse nazi-politicus Seyss-Inquart, rijkscommissaris van het bezette Nederland, bezoekt de Grote... Markt in Groningen. Ter ere van zijn komst wordt een parade gehouden.

Video en Audio

Meer video en audio