In het Verzetsmuseum in Amsterdam opent deze week de tentoonstelling Seizoen '40-'45, een expositie over voetbal tijdens de oorlogsjaren.
Voetbal was in de oorlogsjaren een welkome afleiding van de dagelijkse ellende. Conservator Martha Bakker: "Geef de bevolking brood en spelen, laat ze lekker hun gang gaan, dan komen ze in elk geval niet in verzet. Dat zagen de Duitsers graag."
"Er was geen georganiseerd verzet vanuit de voetbalwereld, maar er waren wel spelers die individueel in het verzet gingen. En daardoor vaak stopten met voetballen."
De Volewijckers
De Volewijckers stond bekend als dé communistische verzetsclub. Bakker: "Ja, er zat een aantal grote verzetslieden bij hen, onder andere politicus Gerben Wagenaar."
Jan Hobby, oud-voetballer van DWS, herinnert zich die voetbaljaren nog goed: "De Volewijckers waren fysiek sterker. Doordat hun sportveld zich aan de rand van de stad bevond, was een aantal boerderijen dichtbij, waar ze één of misschien wel twee keer per week een maaltijd kregen."
Honger
Honger is Hobby's sterkste herinnering uit de oorlogswinter van '44-'45: "De nood was zo groot, dat je in de stad niets meer te eten had."
"Toen werd ik plots gebeld door de heer De Haas van DWS, ze hadden een uitnodiging gekregen om vijftien spelers naar Heerenveen te sturen. En ik was een van de gelukkigen die in oktober '44 's nachts met de boot naar Heerenveen mocht vertrekken."
In Oranjewoud bij Heerenveen was Hobby's buurman coach Abe Lenstra. "Een stille man die een rasvoetballer bleek te zijn", aldus Hobby.
Praktisch
Seizoen '40-'45: Voetbal tijdens de Tweede Wereldoorlog loopt van 29 april 2009 tot en met 11 april 2010 in het Verzetsmuseum in Amsterdam.
Deel deze pagina

»