De zaak-Ina Post moet worden herzien. Dat zegt advocaat-generaal Vellinga van de Hoge Raad in een advies.
Bejaardenverzorgster Ina Post werd in 1987 veroordeeld tot zes jaar cel voor doodslag. Ze zou een 89-jarige vrouw in een bejaardentehuis in Leidschendam hebben gewurgd en cheques van haar hebben gestolen.
De nu 52-jarige Ina Post werd vooral veroordeeld op basis van een bekentenis die ze later weer introk.
Nieuwe feiten
Volgens de advocaat-generaal zijn er nieuwe feiten aan het licht gekomen op basis waarvan Post zou zijn vrijgesproken als de rechter ervan had geweten.
Zo is de bejaarde vrouw aanzienlijk eerder overleden dan het tijdstip dat Post in haar bekentenis noemde.
Daarnaast is het in tegenstelling tot de ingetrokken verklaring niet mogelijk om iemand met één hand met behulp van een elektriciteitssnoer te wurgen, stelt Vellinga in zijn advies.
'Onder druk'
Ina Post heeft haar straf uitgezeten, maar streeft al jaren naar herziening van de zaak. Ze zegt dat ze de bekentenis destijds onder druk heeft afgelegd.
In 2007 verscheen een boek over de zaak waaraan Post zelf meewerkte, 'Het ware verhaal over Ina Post'.
De commissie-Posthumus II (inmiddels CEAS), die sinds april 2006 afgesloten strafzaken onderzoekt, concludeerde vorig jaar al dat de zaak opnieuw moet worden bekeken.
Waarschijnlijk neemt de Hoge Raad eind juni een beslissing.
Deel deze pagina
»
»
»