Bijna alle lidstaten hebben voormalige ministers, premiers en eentje zelfs een oud-president in het Europees Parlement. Zo niet Nederland, waar partijen vaak onbekende, lokale politici naar Brussel afvaardigen.
Verslaggevers Esther Bootsma en Marc Bessems maakten voor Europa Kiest een reportage over bekende en onbekende Europarlementariërs.
Ze spraken onder meer met Jean-Luc Dehaene, die zeven jaar premier van België is geweest. En met Jaime Mayor Orega, tien jaar lang de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken. Hij ontkent dat het Europees Parlement een plek is om je politieke carrière te beëindigen: "Europa is geen olifantenkerkhof, waar je politiek kunt sterven," aldus Orega.
'Een Camieltje doen'
Dankzij huidig minister van Verkeer en Waterstaat Camiel Eurlings is het Europarlement waarschijnlijk een minder vies woord geworden voor Nederlandse politici. Hij werd door het CDA vanuit Brussel gehaald om in Nederland minister te worden. Sindsdien staat dat bekend als een 'Camieltje doen.'
Judith Sargentini, de lijsttrekker van GroenLinks, ontkent echter dat ze naar Brussel gaat om later in Nederland hogerop te komen. "Dit is iets wat ik heel graag wil. Anders had ik misschien wel voor de Nederlandse Tweede Kamerlijst gesolliciteerd."
De reportage kunt u hiernaast bekijken.

»
»
»