Dit jaar bestaat het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu (RIVM) honderd jaar. Het RIVM doet in opdracht van de overheid onderzoek op het gebied van volksgezondheid, milieu en natuur.
Laboratorium
Het begon allemaal met een klein laboratorium in 1909. Al tientallen jaren werd er een pleidooi gevoerd voor een eigen laboratorium voor de inspecteurs voor de volksgezondheid. In 1909 kwam de overheid aan die wens tegemoet.
Naast onderzoek naar ziekten als cholera, difterie, tuberculose, tyfus, syfilis en later de Spaanse griep, richtte het Laboratorium zich ook op onderzoek van voeding, geneesmiddelen en water- en luchtverontreiniging.
In 1934 moest er door de economische crisis bezuinigd worden. Het Centraal Laboratorium fuseerde daarom met het Rijks-Serologisch Instituut tot het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIV).
Bloembollen
Vanaf 1940 werden er ook veel 'oorlogsonderzoeken' uitgevoerd, zoals naar de voedingswaarde van bloembollen en naar de surrogaten van thee en tabak. Veel aanvragen voor ander onderzoek konden niet worden behandeld.
Vanaf 1957 kreeg het rijksvaccinatieprogramma geleidelijk vorm. In 1956 braken er in veel landen polio-epidemieën uit; een jaar later werd in Nederland begonnen met een landelijke inentingscampagne tegen de ziekte.
Dat programma werd later uitgebreid met vaccins tegen difterie, tetanus, kinkhoest, bof, mazelen, rodehond, Haemophilus influenzae type b, meningokokken C, pneumokokken, hepatitus B en baarmoederhalskanker (HPV).
Softenon
In 1961 bleek het geneesmiddel thalidomide (softenon) bij gebruik door zwangere vrouwen op uitgebreide schaal te leiden tot de geboorte van kinderen met ernstige aangeboren afwijkingen. Twee jaar later voerde Nederland de verplichte registratie van geneesmiddelen in en richtte daarvoor het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) op.
De hielprik zal ook bij veel mensen bekend in de oren klinken. In 1974 startte een bevolkingsonderzoek bij pasgeboren baby's met een screening voor phenylketonurie (PKU) in bloedmonsters, verkregen met de hielprik.
RIVM
Toen in 1984 de ministerraad besloot de taken op het gebied van volksgezondheid en milieuhygiëne te bundelen, ontstond het RIVM.
In 1988 speelde het RIVM een grote rol bij de massale zeehondensterfte. Een veldstudie naar de effecten van milieuverontreiniging op het immuunsysteem van zeehonden droeg verder bij aan de ontwikkeling van het immuuntoxicologisch onderzoek van het RIVM.
Infectieziekten
Vanaf de jaren '90 kreeg Nederland te maken met reeks van uitbraken van infectieziekten. Voorbeelden zijn polio in 1992/1993, legionella in 1999, SARS en vogelgriep in 2003. Deze vormden de aanloop tot de oprichting van het Centrum Infectieziektenbestrijding bij het RIVM in 2005.
Ook bij verschillende rampen in de recente vaderlandse geschiedenis werd het RIVM om hulp gevraagd. Bij de Bijlmerramp in 1998 onderzocht het instituut de mogelijke gezondheidsaspecten van de ramp. En in 2000 werd de Milieu Ongevallen Dienst (MOD) ingezet om kort na de vuurwerkexplosie in Enschede omgevingsmetingen te doen.
Poederbrieven
In de jaren na 9/11 werden in Nederland poederbrieven bezorgd en groeide de angst voor een terroristische aanslag. Een aanval met het pokkenvirus werd gezien als worst case scenario. Nederland legde een vaccinvoorraad aan om de hele bevolking in geval van nood tegen pokken te kunnen inenten.
Sinds 2006 brengt het RIVM advies uit aan de Nationaal Coördinator Terreurbestrijding om de weerbaarheid tegen chemische, biologische, nucleaire en radiologische aanslagen te verhogen.
Toekomst
Door een grotere rol in de publieksvoorziening is er een duidelijke accentverschuiving van onderzoeksinstituut naar kenniscentrum. En door de globalisering neemt de schaalgrootte van het werk- onderzoeksterrein toe. De activiteiten van het RIVM zullen daardoor steeds vaker in internationale context worden uitgevoerd.
Ruud van Noort, directeur generaal van het RIVM van 1986 tot 1999 en Mark Sprenger, huidig directeur generaal van het RIVM in het Radio 1 Journaal.

»
»
»