Door correspondent Arjen van der Horst
De recessie in Groot-Brittannië zal dieper zijn en langer duren dan de in de meeste geïndustrialiseerde landen, zo voorspellen tal van financiële instellingen. Volgens het IMF zal de Britse economie zal dit jaar met bijna 3 procent krimpen. Een hele serie cijfers bevestigen dat sombere beeld.
De werkeloosheid loopt in razend tempo op en de afgelopen weken alleen al hebben tienduizenden Britten hun baan verloren. De verwachting is dat de werkeloosheid deze maand door de grens van twee miljoen zal breken om vervolgens verder op te lopen tot 3 miljoen tegen het einde van 2009.
Het geeft alleen maar aan dat een groeiend aantal bedrijven in de problemen is gekomen. In de laatste drie maanden van 2008 vroegen 2.500 bedrijven een faillissement aan, een stijging van 220 procent ten opzichte van het jaar ervoor.
Het is niet moeilijk te begrijpen waarom de Groot-Brittannië kwetsbaarder is dan veel andere Westerse landen. De Britse economie groeide in de periode tussen 1992 en 2008 onstuimig, maar veel van die welvaart was op lucht gebouwd. De huizenmarkt was een belangrijke aanjager van die groei en veel Britten financierden hun bestedingen door hypotheken over te slaan. The sky was the limit.
Daaraan kwam in 2007 abrupt een einde toen de huizenmark in elkaar klapte. Vorig jaar daalden de gemiddelde huizenprijzen met 17,2 procent. Het levert een geweldige kater op voor de Britten. Door een combinatie van hypotheekschulden en torenhoge creditcardrekeningen, hebben de Britse consumenten een gezamenlijke schuld uitstaan van ruim 1,4 biljoen pond (1,54 biljoen euro). En dan is het niet prettig als steeds meer banken hun geleende geld terugeisen en nieuwe leningen weigeren.
Minimale regulering
Een andere belangrijke factor is de financiële sector. Sinds Margaret Thatcher hebben de opeenvolgende regeringen van de Conservatieven en Labour ruim baan gegeven aan banken, hedge funds en verzekeringsmaatschappijen. De regulering werd tot een minimum beperkt met als gevolg dat de financiële sector als kool groeide en een steeds belangrijker aandeel in de Britse economie kreeg. Juist in die sector vallen nu de harde klappen en de krimp bij banken en andere financiële instellingen komt dus extra hard aan.
Sinds de val van Lehman Brothers heeft de Britse regering het ene na het andere reddingsplan gelanceerd. Het eerste reddingsplan (totale kosten 500 miljard pond) werd gelanceerd in oktober en had als belangrijkste onderdeel een kapitaalinjectie van 50 miljard pond in de Britse banken.
De overheid, die al eerder de banken Northern Rock en Bradford & Bingley had genationaliseerd, werd grootaandeelhouder in twee van de grootste Britse banken: RBS, HBOS en Lloyds. De laatste twee fuseerden onder druk van de regering. Premier Brown kreeg aanvankelijk wereldwijd luid applaus voor zijn aanpak en delen van zijn plan werden door andere landen overgenomen.
In november volgde een tweede reddingsplan en dat was bedoeld om de consumenten een steun in de rug te geven. Zo ging de BTW met 2,5 procent omlaag, kwamen er extraatjes voor gepensioneerden. Daarnaast wilde de regering de economie een stevige impuls geven door allerlei grote infrastructurele projecten die voor de lange termijn waren gepland, naar voren te halen. Het totale pakket kost een slordige 20 miljard pond. Het betekent wel dat de staatsschuld zal oplopen van de huidige 44,2 procent van het Bruto Nationaal Product naar 50 procent, en waarschijnlijk nog wel meer.
Reddingsplan
Grote vraag: helpt het ook allemaal? Daar zijn de meningen over verdeeld. De kern van de crisis is (nog steeds) dat banken geen geld meer uitlenen, niet aan elkaar en niet aan bedrijven en consumenten, met als gevolg dat de economische machine knarsend tot stilstand is gekomen. De Bank of England heeft de rente verlaagd naar 1 procent, maar zelfs dat heeft niet mogen helpen. De lof die Brown aanvankelijk kreeg voor zijn aanpak verandert langzaam in kritiek. Zo vinden Wouter Bos en de Franse president Sarkozy de BTW-verlaging onverantwoord.
Vorige maand presenteerde de regering een tweede reddingsplan voor de banken, waaruit de Conservatieve oppositie meteen concludeerde dat het eerste reddingsplan niet geholpen heeft. De regering verdedigt zich door te zeggen dat het eerste plan was bedoeld om de totale ineenstorting van de financiële sector te voorkomen.
Dat is gelukt, stelt de regering, en we zijn nu aanbeland bij fase twee: het op gang krijgen van het geldverkeer. Het is nog te vroeg om de effecten van het laatste reddingsplan te zien, al is iedereen het er wel over eens dat we het ergste van deze crisis nog niet gezien hebben. Eén klein lichtpuntje viel vorige week te bespeuren. In de maand januari stegen de huizenprijzen met 1,9 procent, de eerste stijging na vijftien opeenvolgende maanden van dalingen.
Lees ook:
'Aanpak crisis kan en moet sneller'
Duitsland en de economische crisis
Frankrijk en de economische crisis
België en de economische crisis

»
»
»