Hagedissen in de VS evolueren versneld door hun contact met vuurmieren. Door de aanvallen van de bijzonder giftige mieren moesten haagleguanen zich aanpassen in gedrag en lichaamsbouw om te overleven. Dat is de conclusie van een nieuw biologisch onderzoek.
De beesten kregen langere achterpoten en werden actiever.
Tracy Langkilde van de Amerikaanse Penn State University verzamelde hagedissen uit vier verschillende streken: op plekken waar vuurmieren niet voorkomen en daar waar ze al 68, 54 en 23 jaar voorkomen.
De hagedissen die al langer in contact stonden met de vuurmieren, bleken de beste overlevingsmethoden te hebben ontwikkeld.
Vuurmieren werden in de jaren dertig per ongeluk geïmporteerd in de VS.
Schudden
Langkilde dreef de leguanen in de richting van mierenhopen, die ze net met een takje had opgepord. "We wilden de hagedissen niet dood hebben, dus we deden dat porren voorzichtig, zodat er niet honderden mieren uit zouden stromen."
Want het zou wel degelijk slecht af kunnen lopen voor de hagedissen: twaalf vuurmieren kunnen een zeven centimeter lange leguaan in een minuut doden. De beestjes injecteren hun prooi met een spierverlammend gif.
"De hagedissen kunnen zo'n aanval afslaan door te schudden om de mieren van zich af te krijgen. Daarna moeten ze wegrennen van de mierenhoop."
Camouflage
Hoe langer de hagedissen al contact hadden gehad met de mieren, hoe beter het schudden verliep. De leguanen die de mieren niet kenden deden precies wat ze altijd deden als ze werden aangevallen: stil blijven zitten en hopen dat de camouflage werkt.
In de natuur loopt die strategie maar al te vaak verkeerd af voor de hagedissen. Langkilde haalde de onfortuinlijke hagedissen na zestig seconden van de mierenhoop af.
"Er zijn geen hagedissen gedood tijdens dit onderzoek", verzekert ze.
Langkilde ontdekte verder dat leguanen die onder invloed van de mieren waren geëvolueerd, langere achterpoten hadden. Dat zou hen helpen bij het snel wegrennen na een mierenaanval.
