Molens, tulpen, kaas, geen cliché wordt ongemoeid gelaten in een artikel over de Nederlandse schaatskoorts in de New York Times deze week. De krant pakt uit met een groot artikel over hoe de normaal zo nuchtere Nederlanders de afgelopen tijd bevangen waren door schaatskoorts.
De krant doet verslag vanuit het voor Amerikanen onuitspreekbare Nieuwerkerk aan den IJssel.
"Voor het eerst in twaalf jaar zijn de grachten in Nederland weer bevroren", legt de krant uit. "Terwijl vroeger, in de tijd van Hansje Brinker, de grachten elk jaar bevroren."
De verwijzing is toepasselijk: in Nederland denken wij inmiddels dat het Amerikaanse verhaal over Hansje Brinker gaat over een jongen die zijn vinger in de dijk stak, maar in feite gaat het over een schaatswedstrijd.
Cheese capital
De Times doet een beetje lacherig over de Nederlandse Spoorwegen die langzamer moesten rijden om klunende schaatsers te laten passeren (het woord klunen doet de krant haar lezers overigens niet aan) en over onze minister van Defensie, die zijn pols brak bij een schaatsongeval.
"Het ministerie laat weten dat de nationale veiligheid in goede handen is, al zit één daarvan in een mitella."
Ook wordt de populaire Amerikaanse toeristenbestemming Gouda ('the cheese capital') nog even genoemd en is er zelfs een persoon gevonden die in "een gerenoveerde zeventiende eeuwse molen woont". Hoe nostalgisch.
11 cities tour
Uiteindelijk ontkomt ook de New York Times niet aan het nationale raadspelletje: 'Komt er een Elfstedentocht?' De krant schrijft dat de '11 cities tour' honderd jaar geleden voor het eerst werd geschaatst en dat het noorden van het land baalt dat de kou deze keer toch vooral in het zuiden heerste.
Voor de goede orde stelt de krant dat, omdat de kou inmiddels weer verdwenen is, de kans op een Elfstedentocht bijzonder klein is. "Misschien in februari."

»
»
»