Door verslaggever Pauline Broekema
Een toertocht schaatsen. Het is zo lang geleden. En zo veel is vergeten.
Zoals de manier waarop in grote gezamenlijkheid de rugzakken worden uitgepakt.
Iedereen met dezelfde angst. Is alles meegenomen in de haast, ingeven door de wens om zo vroeg mogelijk op het ijs te staan, voor de grote meute arriveert.
Op de houten beschoeiing zit een man die hardop vaststelt dat hij alles bij zich heeft. Schaatsen, warme chocomelk in thermoskan, beschermers, muts, extra handschoenen.
Het ijs blijkt wonderbaarlijk goed, een paar halve dagen dooi heeft het prima doorstaan. Diepzwart met witte vlekken, de sneeuw, die gelukkig niet hard bevroren is. We schaatsen, weten de scheuren te vermijden. Een enkeling lukt dat niet. `Maar je viel wel mooi', zegt een vrouw tegen haar schaatspartner.
Iedereen is zo opvallend voorkomend. Op een bank worden plaatsen vrijgemaakt. Een stoel bij de koek en zopie-tent wordt aangeschoven voor een vermoeide schaatser die net iets boven zijn kunnen aan de lange versie van de tocht begon.
Informatie over schaatsen wordt uitgewisseld. Een man bindt doorlopers onder. De leren riemen worden vakkundig vastgegespt. Gisteren nog, vertelt hij, schaatste hij op een vijver in Utrecht en moest iemand assisteren met dezelfde antieke schaatsen. Die was vergeten hoe het ook al weer ging, dat onderbinden.
'Zevenhonderdvijfentwintig euro', antwoordt een andere schaatsers als we jaloers informeren naar de prijs van zijn prachtige klapschaatsen met schoenen van zacht leer. Hij verdedigt zich daarna ongevraagd: `Maar ze schaatsen echt veel beter. Ik kan er op het kunstijs prachtige bochten mee lopen.'
Jawel, we waren het vergeten. Zo heet dat. Bochten loop je.
Als de middag nadert, stijgt de temperatuur en schilfert het ijs op de plassen. Het voelt alsof je door glas rijdt. Geeft ook weer vastigheid. Want die slag, wat is dat toch lastig. De linkervoet die af en toe wegschuift. Terwijl je wordt gepasseerd door rijen schaatsers in strakke pakken, die ogenschijnlijk zonder moeite hun slagen maken. Armen losjes op de rug. Pakken met allerlei namen, van vakbonden, metaalbedrijven, banken, wegenbouwers, wielerclubs.
Maar toch. Er zijn er meer die ermee tobben, met die techniek. Wat zou het prettig zijn als bij het startpunt wat bijles werd gegeven. Zo iemand van wie je op een kunstijsbaan schaatsles krijgt en die hier nog even alles doorneemt. Laag zitten, de slag goed afmaken, niet te krampachtig, letten op je ademhaling, de schaats het werk laten doen. Een opluchting te merken dat ook anderen worstelen met hun slag. Een groepje mannen passeert. Hun gesprek fladdert mee.`En, gaat het een beetje?' wordt gevraagd aan duidelijk de minst begaafde. `Soms wel.' zegt die in ontwapende eerlijkheid `Maar het is een kwestie van handhaven'.
Als de plassen op de ijsvloer staan doen we de schaatsen af. Die sensatie van die eerste stappen. Met de zool de grond raken.
Erwtensoep eten we, in het restaurant, dat gouden dagen beleeft.
En morgen weer.
Natuurlijk
Deel deze pagina

»