De inkomens in de land- en tuinbouw zijn dit jaar met gemiddeld 41 procent gedaald.
Oorzaken zijn hogere kosten doordat brandstof en veevoer duurder waren en lagere prijzen. Dat blijkt uit cijfers van het Landbouw Economisch Instituut (LEI.)
De verschillen per sector zijn groot. De crisis treft vooral de sierteelt, glasgroente en de varkenshouderij. Zo is de vraag naar (luxe) bloemen afgenomen. Ook remt de crisis de afzet van varkensvlees. Er is vooral minder vraag uit Amerika.
Trudy van Rijswijk in gesprek met de directeur van het LEI
Quota
De agrarische productie was dit jaar groot. De oogsten waren goed en door uitbreiding van de quota kon er meer worden gemolken.
Het LEI verwacht niet dat in de zogenoemde grondgebonden landbouw, zoals de melkveehouderij en de akkerbouw, door de crisis bedrijven failliet gaan. Over het algemeen zijn bedrijven in deze sectoren zo gezond dat ze tegen een stootje kunnen.
Minder sterk
Dat ligt anders in de glastuinbouw en de intensieve veehouderij. Hier is de financiële basis van de ondernemingen vaak minder sterk.
Het LEI denkt dat het voor agrarische ondernemers moeilijker wordt om te investeren, omdat banken zich terughoudend opstellen.
Moeilijk voorspellen
Hoe het volgend jaar zal gaan valt volgens bureau moeilijk te voorspellen. In elk geval is het voor de glastuinbouw gunstig dat de energieprijzen omlaag gaan. Een voordeel voor de veehouderij is dat voer goedkoper wordt door de gedaalde graanprijzen. Dat laatste is weer in het nadeel van de akkerbouw.
Het LEI houdt ook de feiten en cijfers bij in de visserij: in deze sector zijn de inkomens iets gestegen door sanering van de vloot en duurzame vangstmethodes. Toch is de visserij kwetsbaar doordat de sector er financiëel niet sterk voorstaat.

»
»
»