Door verslaggever Pauline Broekema
Zo is het generaties gegaan, ook toen Urk nog een eiland was: de schepen die voor de Kerst begint de haven binnenlopen.
Ook deze vrijdag, in de week dat een van de grootste visverwerkende bedrijven op Urk failliet ging.
Er ligt maar een handjevol schepen in de thuishaven. Veel kotters die in de buitenhavens blijven. Delfzijl, Den Oever, Lauwersoog. De mannen komen met de auto thuis.
"Vroeger," gebaart garnalenvisser Bakker, "lag het hier vol."
Het klinkt somber en berustend.
Toekomst?
Die prachtige grote Urker vloot, er is zo weinig van over.
Toch wil Bakker door in het vak. Er zijn monden te vullen. Hopelijk is er voor de zoons nog een toekomst in de visserij.
"Ik weet het niet," zegt zijn vrouw, die toekijkt hoe haar kinderen na een zware week op zee op de walkant de zaken op orde brengen. Volgens haar is de vloot kapotgemaakt, vooral door de milieumaatregelen.
Veel Urkers verdienen nog wel hun brood op het water, maar vaak elders.
Op duwboten, slepers, of in de beroepsvaart. Papieren zijn geen probleem, want die hebben de Urker vissers. En vooral in de binnenvaart is, voorlopig nog, gebrek aan goed gekwalificeerd werkvolk.
Trots
Ze verheugen zich op de kerstdagen, de bemanning van de garnalenkotter van de familie Bakker. Een week aan de wal. De motor moet in de revisie, er zijn andere werkzaamheden te doen aan boord.
We varen een stuk mee naar de plek in de haven waar het schip de Kerst overblijft. De sombere stemming maakt plaats voor gastvrijheid. "Zou je nou zeggen dat dit schip acht jaar oud is?" vraagt Bakker trots. "Je mag overal kijken hoor, prima onderhouden."
Er wordt koffie gezet en we schuiven aan. Boven de tafel hangt een houten bord met in handgesneden letters een tekst uit Jesaja.
"Wanneer gij zult gaan door het water. Ik zal bij U zijn."
Deel deze pagina

»
»
»