Door verslaggever Pauline Broekema
Het is het enige ongesubsidieerde etnische tijdschrift in Europa dat al meer dan vijftig jaar bestaat, vermoedt Geert Onno Prins van Moesson. En nog altijd springlevend, zegt hij, nu al voor een derde en vierde generatie lezers met banden met het voormalig Nederlands- Indie en het huidige Indonesië.
Alle vijftig jaargangen van het maandblad staan nu op internet.
In 1956 verscheen het onder de naam Onze Brug. Twee jaar later maakte de legendarische schrijver Tjalie Robinson er Tong Tong van, naar de Indonesische trommel.
Het blad werd het middel van de Indische gemeenschap in Nederland om herinneringen aan voorbije tijden te delen. Maar Robinson (pseudoniem voor Jan Boon) maakte er ook het bindmiddel van voor die gemeenschap, een blad om het leven in het in alle opzichten vaak zo kille Nederland draaglijk te houden.
Ook na de dood van de legendarische hoofdredacteur hij stierf in 1974- bleef het maandblad bestaan. In 1978 veranderde het van titel en ging verder als Moesson.
Speuren
Veel mensen met Indische roots zullen dit weekend achter de computer hebben doorgebracht, speuren naar oude verhalen. Wereldwijd. Want de Indische gemeenschap kent veel vertakkingen, in Florida, Californië, Australië, Nieuw-Zeeland.
Een omvangrijk digitaliseringsproject was het, in totaal 27.266 pagina's. Vol getuigenissen van wat Prins noemt de "zwijgzaamste minderheid van Nederland"
Moesson nu is in fullcolour. Mode, gedichten, bloemrijke verslagen van Indische bijeenkomsten, boekbesprekingen, interviews met Indische acteurs, schrijvers, muzikanten, artikelen over Indisch antiek en kunst, een agenda.
Advertenties ("werkende heer zoekt kamer in Maastricht"), oproepen voor reünies ("oud-leerlingen van de Concordante Mulo van de Bandoengse School Vereniging") en een kookrubriek met recepten ("daging sapi saus manis, de runderhaas in zoet pittige ketjap saus") ontbreken uiteraard ook niet.
Flets
Daar mee vergeleken was Tong Tong, met de trotse subtitel "Het enige Indische Blad ter Wereld", een flets blaadje op krantenpapier.
Maar de artikelen gaven het kleur. Zoals het hoofdredactionele commentaar van Tjalie Robinson in zijn kenmerkende stijl: "Met dit nummer gaat Tong Tong zijn dertiende jaargang in. 'Adoeh! Onheluksnummer dese!' roepen sommige lezers automatisch uit."
Verder in dat nummer ondermeer een Sumatraanse herinnering uit 1926, geschreven door een zekere L.J.L, werkzaam op een grote koffie- en rubberonderneming, die vertelt van zijn zondagse wandeling ("even naar een paar koffiebedden kijken") en de confrontatie met een bruine beer. Een schoenhandel meldt nadrukkelijk ook te kunnen leveren in de allerkleinste maten. Vanaf maat 32.
En er zijn twee begrafenisondernemingen die hun diensten aanbieden.
De Indische gemeenschap nu is opvallend aan het verjongeren. Veel twintigers en dertigers interesseren zich voor hun roots. Er is van alles in de Indische gemeenschap gaande. Er zijn muziekfestivals, er worden films gemaakt, geschreven en veel jongeren zijn geïnteresseerd in hun Indische geschiedenis.
Zij kunnen nu ook op hun computer tot vijftig jaar terug in de tijd.
Lees meer over de persoonlijke herinneringen van Pauline Broekema op het Weblog Binnenland,
waar u ook u eigen herinneringen kunt delen.

»
»
»