In Kamp Westerbork zijn na de Tweede Wereldoorlog zeker 89 collaborateurs omgekomen. Het voormalige doorvoerkamp werd onmiddellijk na de bevrijding een interneringskamp voor 'foute Nederlanders': SS'ers, NSB'ers en andere van collaboratie verdachte Nederlanders werden er opgesloten.
Naar die vergeten periode in de geschiedenis van het kamp is nu voor het eerst goed onderzoek verricht. Morgen opent er in het kamp een tentoonstelling over de periode 1945-1948.
Uit het onderzoek blijkt dat het er vooral in de eerste maanden abominabel slecht gesteld was. Vanwege gebrekkige leiding waren de dagelijkse leefomstandigheden slecht, ontbraken voldoende voorzieningen en waren psychisch en lichamelijk geweld en aanrandingen aan de orde van de dag.
In het kamp zaten mannen, vrouwen en kinderen.
Interview met Jan Beijering, tijdens de oorlog lid van de WaffenSS
Joodse bewakers
Illustratief voor de chaotische toestanden in het kamp was het feit dat pas bevrijde Joden die nog in het kamp waren, ineens als bewakers werden aangesteld.
Daarbij werden zelfs kinderen ingezet. Zo moest de jonge Ed van Thijn, de latere burgemeester van Amsterdam, met een stuk hout collaborateurs bewaken tijdens het sprokkelen in de bossen.
De tienjarige Van Thijn had net maanden vastgezeten in het kamp. "Ik was even kindsoldaat," zegt hij nu.
Verbetering
Uit het onderzoek blijkt verder dat Westerbork een van de grootste en langst gebruikte kampen voor 'foute Nederlanders' is geweest. 120.000 tot 180.000 mensen hebben na de oorlog langere tijd vastgezeten op verdenking van collaboratie, tot acht procent van hen heeft in het kamp in Drenthe gezeten.
In Westerbork verbeterde de situatie uiteindelijk wat na september 1945, het Interneringskamp heeft nog voortbestaan tot 1 december 1948.
De tentoonstelling is nog te zien tot 31 maart.
In zijn weblog vertelt verslaggever Rienk Kamer dat Ed van Thijn alleen met de auto naar het kamp terug wilde. "Ik weiger naar Westerbork te komen met de trein."

video
video
»
»
»