Door verslaggever Peter ter Velde
Een kleine twintig non-gouvernmentele organisaties (NGO's) en bedrijven zijn inmiddels actief in de Afghaanse provincie Uruzgan. Zij werken daar aan gezondheidszorg, landbouw, infrastructuur, microkredieten en onderwijs. Ook een aantal Nederlandse NGO's is bezig zich in Uruzgan te vestigen.
De Dutch Corporation for Uruzgan heeft inmiddels een pand in de hoofdstad Tarin Kowt. Seid Ali werkt in de compound waar de kantoren gereed zijn om deze maand gebruikt te worden. De organisaties ZOA Vluchtelingenzorg, Cordaid, Healthnet TPO en DCE beginnen binnenkort met hun werk.
Het zijn lokale Afghanen die voor de Nederlandse NGO's aan de slag gaan. "De samenleving in deze provincie is zeer gesloten. Het is goed dat er organisaties van buiten komen. Dat kan de cultuur van Uruzgan veranderen", zegt Ali.
Uruzgan is een zeer achtergestelde provincie waar de mensen arm en ongeletterd zijn en niet gewend aan invloeden van buitenaf. "De mensen hebben geen radio of andere media. Ze zijn gewend in traditionele kledij te lopen. Ze kennen de wereld buiten Uruzgan niet. Als ze nu bij de NGO's komen, zien ze computers en werkwijzen van westerse organisaties. Het zal schokkend zijn, maar het kan een positieve invloed hebben op de samenleving."
Salaris
Ehsan van de landbouw-NGO ANCC zegt met een brede lach dat hij "echt bang" was toen hij vanuit Kabul naar Uruzgan ging om daar te werken: "Ik wist dat er veel geweld was in de provincie, maar ik werk hier nu drie maanden en het gaat erg goed".
Veel leidinggevenden van NGO's komen van buiten Uruzgan. Gekwalificeerd personeel is in de provincie zelf niet te vinden. "Ik krijg een hoog salaris om hier te werken. De belangrijkste drijfveer is verleiding", aldus Ehsan. Het personeel van zijn NGO komt wel uit Uruzgan. Op deze manier proberen te NGO's de lokale economie te stimuleren.
Dat zien we ook in Khair Abad waar een muur wordt gebouwd in een wadi (rivierdal). Het zijn inwoners uit het dorp die hier werken voor de Duitse firma GTZ. De muur is nodig om het water in de winter beter te geleiden. GTZ is het grootste buitenlandse bedrijf in Uruzgan.
Met geld van de Nederlandse overheid worden grote infrastructurele werken opgezet. Zo komt er een asfaltweg van Tarin Kowt naar het noordelijker gelegen Chora.
"Het is moeilijk werken hier", zegt Gerhard Frese van GTZ. "We proberen eerst na te gaan wie de belangrijke mensen zijn. Daar praten we mee. Zo gaan we van dorp naar dorp om steun te krijgen voor de aanleg van de weg. Je moet weten met wie je moet praten, wie de machthebbers zijn. Zonder hun steun heb je niets, maar zodra iedereen akkoord is kan een project als dit beginnen."
Frese woont samen met nog twee Duitsers in Tarin Kowt: "Wij zijn de enige buitenlanders die in de stad wonen. We doen al onze inkopen op de bazaar. De mensen kennen ons en accepteren ons, maar soms als we inkopen willen doen krijgen we te horen: 'Het is geen goede dag. Ga naar huis'. Als dat gebeurt, vertrekken we zonder vragen te stellen onmiddellijk."
Studiogesprek met Peter ter Velde
Angst
Er is ook angst onder de NGO's. We hebben met verschillende lokale stafmedewerkers van organisaties gepraat die niet voor de televisie geïnterviewd wilden worden. Ze zijn bang dat ze te veel op de voorgrond komen en daardoor in de problemen komen.
De foto van één man was verschenen in het blad van ISAF, de NAVO-macht in Afghanistan, omdat hij een cursus had gegeven aan kleine bedrijven. Het blad was in Tarin Kowt verspreid. Een dag later werd hij er op de bazaar op aangesproken dat hij voor "de ongelovigen" werkt.
"Het is een grote fout van ISAF dat zij mensen voor hun karretje spannen. Niemand hier wil geassocieerd worden met de buitenlandse troepen, omdat dat mensenlevens en het werk zelf in gevaar brengt. NGO's zijn onafhankelijk en dat moet ook zo blijven", zegt de directeur van een NGO.

»
»
»