Gemeenten en provincies vinden dat de rijksoverheid zich hard moet maken voor de belangen van de lagere overheden die spaargeld hebben weggezet op IJslandse rekeningen. Volgens de getroffen overheden moet het rijk te hulp schieten, zoals dat ook is gebeurd met de belangen van individuele spaarders.
Dat is de uitkomst van een overleg waarin de gemeenten en provincies met spaargeld op IJslandse banken besloten samen te proberen hun geld terug te krijgen. Ze hebben een advocaat in de arm genomen die bekijkt welke juridische stappen er kunnen worden gezet.
Rechter
Gemeenten en provincies hebben meer dan 200 miljoen euro uitstaan bij banken in IJsland of andere financiële instellingen die door de crisis zijn getroffen. De provincie Noord-Holland heeft zelfs 78 miljoen euro in IJsland gestald.
De Nederlandse staat wil de IJslandse centrale bank voor de rechter slepen als blijkt dat die de Nederlandse toezichthouder met opzet fout hebben voorgelicht. Volgens minister Bos van Financiën lijkt dat er wel op.
Afspraak overschreden
De Nederlandse Bank (DNB) maakte in mei een afspraak met het moederbedrijf Landsbanki van Icesave. De bank zou in het eerste jaar maximaal 500 miljoen euro Nederlands spaargeld mogen aantrekken.
In juni bleek dat Icesave dat al in de eerste maand had overschreden. Toen DNB Icesave daarop aansprak, lieten de IJslanders in september weten dat ze zich niet gebonden voelden aan de afspraken.
Gedupeerd
Vorige week maakte de bank bekend niet meer te kunnen voldoen aan zijn financiële verplichtingen.
In Nederland zijn 469 spaarders gedupeerd; zij hadden meer dan 100.000 euro op een Icesave-rekening hadden staan. De tienduizenden andere spaarders kunnen aanspraak maken op garantieregelingen.

»
»
»