Door verslaggever Gerri Eickhof
Bij aankomst op het vliegveld van Keflavik, de internationale toegangspoort van IJsland, lijkt het even alsof je meteen de crisis binnenloopt. De slurven die op de toestellen worden aangeschoven dragen namelijk levensgroot de naam van één van de banken met de grootste problemen: Landsbankinn, de moedermaatschappij van Icesave.
Een op de drie medewerkers heeft inmiddels te horen gekregen dat hij volgende week niet meer terug hoeft te komen. Zij zullen voorlopig wel geen vliegreisjes meer maken.
In de hoofdstad Reykjavik is het stil bij de hoofdingang van deze onfortuinlijke financiële instelling, die inmiddels min of meer is genationaliseerd. Bij een zijdeur staat wel een medewerkster. Ze huilt. Tegen de langskomende journalisten maakt ze een afwerend gebaar. IJslanders die werkelijk door de crisis zijn getroffen praten daar liever niet over. Het is dan ook verdraaid moeilijk iemand te vinden die wel vrijuit over de eigen noodsituatie wil praten.
Trucje
Uiteindelijk weten we een onderwijzeres over te halen. Eileen, een gescheiden moeder van drie kinderen, die haar hypotheeklasten in een paar maanden tijd met 25% zag stijgen. Nog één verhoging en ze moet haar huis uit.
Kenmerkend trucje voor IJsland was, zo vertellen deskundigen, dat grote leningen vaak werden genoteerd in buitenlandse valuta van landen met een lage rente, maar werden betaald met de eigen kronen. Nu die munt onderuit is gegleden zijn de leningen plotseling veel duurder, vaak werkelijk onbetaalbaar geworden.
Bovendien wordt in IJsland inflatiecorrectie toegepast op de aflossing van leningen, waardoor het voor de burgers allemaal nog moeilijker wordt.
Onbesuisd
"Wij hebben geen problemen met onszelf en we hebben geen problemen met onze klanten", zegt Petur Adalsteinsson, de onwaarschijnlijk jonge manager van de VBS Fjarfestingarbanki, een bank die nog fier overeind staat.
"Dat komt vooral doordat wij ons volledig richten op de interne markt en de eigen munt. We doen geen zaken met het buitenland en hebben geen internationale partners. Onze sector is onrustig, maar wij hebben nergens last van. De andere banken zijn het slachtoffer van hun eigen onbesuisde financiële constructies en van de fouten van de toezichthouders."
Auto's
"Het is de schuld van de grote verspillers", zegt Eileen. "Ik ben altijd voorzichtig geweest. Ik heb maar één auto, en niet eens zo een grote."
Ze raakt daarmee een teer punt, het heilige huisje, de heilige koe. IJsland telt ruim 300.000 inwoners en die bezitten bij elkaar 270.000 auto's. Een normaal huishouden heeft tenminste twee en vaak drie wagens voor de deur staan. En vrijwel altijd nieuw, liefst groot, de terreinwagen is het ideaal.
Bijna allemaal op de pof gekocht, met geleend geld van banken die de klanten eigenlijk nooit vroegen of de financiering wel kon worden afgelost. Een man wordt hier gekend aan zijn auto en hoe stoer die is.
"Ken je Gunnar?"
"Welke Gunnar?"
"Met die grijze Patrol."
"Ik ken wel meer Gunnars met een grijze Patrol."
"Ja, maar ik bedoel die met bandenmaat 46."
"O die! Ja, die ken ik wel, hij woont zelfs bij mij in de straat. Mooie wagen."
Inmiddels worden er elke dag honderden van zulke auto's tegen afbraakprijzen aangeboden in de kranten. Kranten die overigens het nieuws over de crisis het liefst maar op de binnenpagina afdrukken.
Struisvogelgedrag
Het lijkt struisvogelgedrag van de IJslanders. Wie niet heel direct getroffen wordt kan de andere kant op kijken en wie wel de gevolgen ondervindt praat liever over een ander onderwerp.
Toch is de houding misschien ook wel realistisch voor een land dat nog niet zo heel lang geleden wellicht het meest onderontwikkelde van Europa was. In enkele tientallen jaren werd het één van de rijkste en duurste van de wereld. Als de IJslanders nu een stap terug moeten doen, zal er nog steeds niemand honger hoeven te lijden en dat realiseren ze zich maar al te goed.
Voor de zekerheid worden er alvast oude recepten opgerakeld. Een toonaangevend restaurant heeft ineens gepaneerd lamshart op de kaart staan. "Een traditionele delicatesse die uit de mode raakte met de opkomst van de Franse en Italiaanse keuken. Goed en goedkoop, een aanrader."
Ik wil de man graag geloven, maar kies toch maar voor iets anders.

»
»
»