"Ze zijn lui en goedlachs en vooral onnozel. Er zijn heel veel onnozele figuren waar je om kunt lachen, met grote dikke lippen. Mensen met rieten rokjes, die zwaaien met speren en ontdekkingsreizigers in kookpotten koken en verorberen."
Jeroen Kapelle schreef samen met Dirk Tang een boek over hoe de zwarte mens de afgelopen honderd jaar werd afgeschilderd in de Nederlandse kinderboeken. Het werd dit weekend gepresenteerd in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, waar momenteel ook nog de tentoonstelling Black is beautiful is te zien.
Het boek is een overzicht vol stereotypen.
"Je hebt het type van de grote big mama, die iedereen wel eens even goed verzorgt, maar ook de les leest. Of het type van de golliwog, dat is een Amerikaanse pop, afgeleid van de negerzangers in Amerika."
Een ander boekje dat uit Amerika kwam overwaaien was de Tien kleine negertjes. Al werd de Nederlandse bewerking iets minder grof dan het origineel.
"Daar werden ze nog wel eens doormidden gehakt of opgehangen, dat soort zaken. In Nederland is dat wat afgezwakt, dan worden ze door bijen gestoken of vallen in het water omdat ze een grote snoek vangen. Of ze zijn totaal laveloos omdat ze teveel bier hebben gedronken. Dat valt dan nog wel mee, ze zijn in ieder geval niet dood."
Smurfen
Duidelijk is in ieder geval dat illustratoren zich een grote artistieke vrijheid verloven.
"Het had niets met de werkelijkheid te maken, het is een fantasievolkje. Smurfen zou je kunnen zeggen. Dat doet het heel leuk bij kinderen, maar ze moeten natuurlijk niet denken dat het dan echt zo is."
Toch had Nederland beter kunnen weten: we handelden immers als sinds de zeventiende eeuw in zwarte slaven. "Ja, maar dan waren het alleen die kapiteins en zeemannen die er contact mee hadden. In Nederland kwam bijna nooit een zwart iemand voor. Het is pas aan het begin van de jaren dertig zo geweest dat de eerste Surinamers naar Nederland kwamen om te werken."
Al betekent dat niet dat er dan al direct een completer beeld van de zwarte mens ontstaat. "Omdat het er maar zo'n beperkt aantal mensen naar Nederland komt, blijft het een soort rariteit. Het verandert pas als mensen in grotere getale hier heen komen en iedereen in contact komt met deze mensen. Dan zijn er opleidingen die niet naar plaatjes tekenen, maar deze mensen als model nemen en serieus als mensen ziet."
Ook de zwarte emancipatiebeweging die na de Tweede Wereldoorlog opkomt, pikt het beeld van het domme negertje niet langer. Blank Nederland neemt zelf ook afscheid van het stereotype. "Men vindt dat dit nu echt niet meer kan. Dat komt omdat het geen grote onbekende meer is."
En zo verdwenen de Tien kleine negertjes uit de kinderboekenkast. De laatste editie is uit 1978.
Tijdgeest
Wat vind Kapelle dan nu, terugkijkend, van die vaak kwetsende afbeeldingen? "Het is toch heel erg de tijdgeest. Het is iets fantasie. Het komt nu heel racistisch over, maar in veel gevallen is het absoluut niet racistisch bedoeld."
"Het is belangrijk ook de andere kant te laten zien. Dit zijn hele leuke jolige types die een beetje onbenullig doen, maar als je als kind alleen maar dat beeld voorgeschoteld krijgt, dan zou je kunnen denken dat die mensen alleen maar zo zijn. Je moet dus ook de andere kant voorschotelen."
Toch hoeft hij niet zonodig een nieuwe uitgave van Tien kleine negertjes.
"De tijdgeest is daar niet meer na. Kinderen leren tellen met zwarte mensen die onbenullig doen dan wel doodgaan, lijkt me pedagogisch niet zo verantwoord."
Jeroen Kapelle en Dirk Tang - Zwart: Sambo, tien kleine negertjes, PijpjeDrop, Pompernikkel en anderen; Het beeld van de zwarte mens in de Nederlandse illustratiekunst 1880-1980, D'Jonge Hond, ISBN: 97889100788, €17,95
Deel deze pagina

»
»
»