Door Harrie van Veen
Staatssecretaris Timmermans van Buitenlandse Zaken heeft in New York de opening bijgewoond van de Van Gogh-expositie Colors in the Night, in het Museum of Modern Art (MoMA). De kleine, maar volgens de New York Times fraaie tentoonstelling laat Van Goghs levenslange worsteling zien met licht in de duisternis. Het is de eerste keer dat het werk van Van Gogh specifiek vanuit deze invalshoek wordt belicht.
De tentoonstelling is opgezet door het museum zelf, en zal vanaf volgend jaar februari ook te zien zijn in het Van Gogh Museum in Amsterdam. Aan de muren van het beroemde New Yorkse museum hangen doeken van Van Gogh uit een aantal musea uit onder andere het Van Gogh Museum, het Kröller-Müller Museum en het Parijse Musee d'Orsay. Voor het eerst in vijftig jaar is ook De Aardappeleters weer in New York te zien.
Timmermans noemde de expositie een mooi voorbeeld van hoe het Nederlandse internationale cultuurbeleid eruit moet gaan zien. Meer door het veld zelf, en minder door de overheid gestuurd. De Van Gogh expositie is tot stand gekomen door samenwerking van het MoMA en het Van Gogh Museum. "We willen musea niet zeggen wat ze wel en niet moeten doen. Wel stimuleren we samenwerking en initiatieven vanuit het veld zelf."
Het MoMA blijkt veel belangstelling te hebben voor Nederlandse kunst. En dan niet alleen voor één van Nederlands bekendste schilders, maar ook in bredere zin. "Met deze tentoonstelling maken ze ook een statement. Ze hechten aan samenwerking en uitwisseling", aldus Timmermans. Het MoMA besteedt de komende periode ook uitgebreid aandacht aan de Nederlandse kunstenaars Marleen Dumas en Aernout Mik.
Woordvoerster Bonnie Horbach noemde de Van Gogh-expositie het eerste voorbeeld van hoe het nieuwe Nederlandse buitenlandse beleid eruit moet gaan zien, met een sterke nadruk op de Nederlandse identiteit. Eerder deze week heeft Timmermans een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met zijn voorstellen voor het internationale cultuurbeleid voor de komende drie jaar.
Henry Hudson
Timmermans is vooral in New York om een ander groot project aan de man te brengen bij de Amerikanen, de viering van vierhonderd jaar Henry Hudson. In 2009 is het vierhonderd jaar geleden dat de Engelsman Henry Hudson het eiland Manhattan ontdekte. De Nederlandse regering heeft ruim zes miljoen euro beschikbaar gesteld voor de herdenking.
Ook premier Balkenende, de ministers Verhagen en Koenders en kroonprins Willem-Alexander en Máxima zijn in New York, onder meer voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

»
»
»